De gemeente Evere steunt het principe van een PAD, maar geeft een gemengd advies

Photo : © ms-a_asymetrie

 

Ontwerp van de Gewestelijke Stedenbouwkundige Verordening en zijn milieueffectenrapport.

Advies van de gemeente Evere.

INLEIDING

Geschiedenis :

Naar aanleiding van het regeringsdecreet van 29 januari 2004 betreffende de uitvoering van het gebied van gewestelijk belang nr. 13, hebben de gemeenten Evere en Schaarbeek gezamenlijk de BBP-startprocedure voor de site "Josaphat" opgestart.

Deze missie werd niet voortgezet vanwege het besluit van de Europese Commissie in 2009 om naar een andere locatie te verhuizen.

 

Op 27 maart 2014 keurde de Brusselse Hoofdstedelijke Regering het Masterplan Josaphat in eerste lezing goed.

Op 1 december 2016 besliste de Brusselse Hoofdstedelijke Regering over de wijzigingen die moesten worden aangebracht in overeenstemming met de aanbevelingen van het MER 2015-2016.

Op 23/05/2019 heeft de regering het ontwerp van het algemeen plan van aanleg "Josaphat" aangenomen.

 

Het gemeentelijke standpunt tijdens de uitwerking van het BBP nr. 810:

 

Op 13/02/2007 heeft de gemeente het sterke scenario "A" aangenomen, dat het volgende omvatte:

- de totale overdekking van de spoorwegen door een plaat,

- de aanleg van een park in het noordelijk deel,

- de toename van de productieve activiteiten in Schaarbeek en de afschaffing ervan in Evere,

- een Europese school in de buurt van de sportvelden op Schaarbeek,

- de ontwikkeling van een groot tertiair centrum (90.000 m² voor de Europese Commissie),

- woningen met kleine winkels (184.500 m²),

- productieve activiteiten (56.940 m²),

- en voorzieningen (35.260 m²),

 

resulterend in een V/O van 2.2.

 

 

ADVIES VAN DE GEMEENTE EVERE

 

Dit advies zal opgesteld worden in twee luiken, namelijk met in eerste instantie een algemeen advies en in tweede instantie een meer gedetailleerd advies.

 

 

  1. Algemene observaties en opmerkingen:

De gemeente Evere verheugt zich over het werk verwezenlijkt door de Regering.

  • De gemeente Evere wenst echter dat de perimeter van het RPA wordt uitgebreid in het noorden van de site door een deel van de Auguste De Boeckstraat en de Godefroid Kurthstraat tot aan de Hendrik Consciencelaan erbij te nemen. Dit om het "Kurth"-pleintje te integreren in de algemene visie van de site en meer bepaald in die van het station van Evere op het vlak van verkeerscirculatie en toegankelijkheid.
  • Gezien de sterke druk op eengezinswoningen als gevolg van de grote vraag naar hun onderverdeling en de aanzienlijke groei van appartementsgebouwen, betreurt de gemeente dat er in deze gemengde en duurzame wijk geen eengezinswoningen zijn ingepland. Aangezien eengezinswoningen moeilijk toegankelijk worden voor gezinnen met gemiddelde inkomens, wenst de gemeente dat dit soort woningen in de perimeter van het RPA wordt opgenomen.

Gelegen tegenover de wijk "Oasis", bestaande uit eengezinswoningen, leent sector 6b zich voor de bouw van enkele eengezinswoningen die een vlotte overgang zouden vormen tussen de wijk "Oasis" en de gebouwen R+3, R+4 en R+8  in de sectoren 6a & b .

Bovendien, en gezien het feit dat Evere reeds een aanzienlijk percentage van sociale woningen op zijn grondgebied herbergt, is ook sector 4 zeer geschikt voor de bouw van eengezinswoningen toegankelijk voor gezinnen met een gemiddeld inkomen.

  • De gemeente betreurt het ontbreken van een middelbare school op haar grondgebied en wenst dat deze piste onderzocht wordt.

 

 

  1. Specifieke observaties en opmerkingen:
  • In het reglementair luik, met betrekking tot sector 4 op het plan van sectoren, moet worden opgemerkt dat dit de enige sector is waarvoor er geen onbebouwbare buffer is tussen de bestaande woningen en de toekomstige bouwzone. Tussen deze sector en de privépercelen in het NW zou een minimumafstand van 15 m moeten worden voorzien om een onbebouwbare vegetatieve zone te garanderen.

Momenteel wordt dit gebied voornamelijk ingenomen door stedelijke moestuinen, struiken en bomen en vervult het een dubbele functie: een vegetatieve bufferzone en een ontmoetingsplaats.

Met het oog op de toekomstige bouw van woningen en voorzieningen in deze sector kan het behoud van stedelijke moestuinen gunstig zijn voor de ontwikkeling van het gebied en de beoogde bestemming ervan.

De gemeente stelt voor om op het inplantingsplan een ruimte te voorzien tussen de toekomstige bouwzone "R+4 max" en de privépercelen gelegen in het NW en om de moestuinen en de bestaande vegetatie te behouden.

  • Bedenkingen met betrekking tot punt 7 van het strategische luik:
  • 7.1. Het beperkte aantal toegangen tot de site lijkt geschikt om het transitverkeer in het gebied zo veel mogelijk te beperken. Toch zal men aandacht moeten blijven besteden aan de gevolgen van het toegenomen verkeer aan de uitrit van de wijk, ter hoogte van de Leopold III-laan. De door Brussel Mobiliteit uit te voeren Monitoring zal nuttig zijn om de eventuele aanpassingen door te voeren.
  • 7.2. Het parkeeraanbod met een capaciteit van 0,7 plaatsen per woning buiten de openbare weg en 0,3 plaatsen per woning in de openbare parkeergarages door het deelsysteem lijkt onvoldoende. De openbare parkeergarages zullen namelijk bewoners, bezoekers en sporters moeten opvangen en zullen ook voorzien in de behoeften van kantoren, voorzieningen en winkels.
  • 7.2.1.1. Er zijn negen plaatsen voor gedeelde auto's beschikbaar. Gezien de strategische focus op het verminderen van het gemotoriseerde verkeer van en naar de site, moet een groter aantal plaatsen gereserveerd voor gedeelde voertuigen worden overwogen. Het aantal van 3 autodeelzones is consistent.

 

  • Hoewel de Monitoring van het verkeer en het parkeren een goede zaak is in termen van precieze aanpassingen, zal dit na de goedkeuring van het RPA gebeuren en kunnen er nadien geen substantiële wijzigingen meer worden aangebracht. De gemeente stelt voor dat de resultaten van de Monitoring, indien nodig, kunnen leiden tot structurele wijzigingen van het RPA.

 

  • Op de samenvattende kaart in het strategische luik bevindt het fiets-GEN zich aan de rechterkant van de spoorlijn, terwijl in het station van Bordet het fiets-GEN aan de linkerkant van de spoorlijn ligt.

Om een vlotte doorstroming zonder al te veel hindernissen te garanderen, zou het beter zijn om het fiets-GEN aan dezelfde kant van het spoor in te richten als in het station van Bordet.

 

  • Wat de R+20-toren naast het station van Evere betreft, is het niet duidelijk waar het gelijkvloers zich bevindt. Is het gelegen aan de perrons of ter hoogte van de brug De Boeck?

Deze hoogte komt niet overeen met de gemiddelde hoogte van de referentiegebouwen in de omgeving.

De gemeente stelt voor de hoogte terug te brengen tot R+10.

 

CONCLUSIE

De gemeente Evere steunt het principe van een PAD, maar geeft een gemengd advies op basis van bovenstaande elementen.

 

Wat het gemeentelijke standpunt van 2007 betreft, is het huidige project aanzienlijk geëvolueerd en verschilt het duidelijk van het ontwerp van BBP nr. 810. Het verschil ligt vooral in het feit dat de spoorwegen niet langer volledig door een plaat zullen worden afgedekt en dat het grote tertiaire centrum voor de Europese Commissie niet langer is voorzien.

Het ontwerp van RPA heeft echter een aantal belangrijke principes behouden, waaronder de visie van een gemengde en duurzame wijk door het creëren van een groot park, de ontwikkeling van verschillende soorten woningen met lokale winkels, de installatie van verschillende voorzieningen, productieve activiteiten en kantoorruimtes.

 

Het ontwerp van RPA is echter onderhevig aan verbetering op het gebied van bouwdichtheid, mix van woningtype, mobiliteit, te behouden groene ruimte en de perimeter. Om het RPA goed te integreren in het bestaande stedelijke weefsel, is het wenselijk dat de regering rekening houdt met de opmerkingen van de gemeente Evere.