Uw gemeente

Lu

Uw gemeente

Een levendige gemeente met groeiende bewonersaantallen, dat doet wat met de stedenbouw. De gemeente tracht huisvesting (veelal eengezinswoningen) met ondernemerschap te verzoenen, door spitstechnologische, niet-vervuilende industrieën aan te trekken, maar ook het behoud van een gezellige "dorp-in-de-stad" sfeer te bevorderen. 

Historisch gezien bevindt Evere zich langs een oude Romeinse heirbaan: de "Oude Keulsche Weg".

Evere ligt in het Noordoosten van de Brusselse agglomeratie, tussen Brussel-stad (Noordwijk en Haren), Schaarbeek, Sint-Lambrechts-Woluwe en Zaventem (Sint-Stevens-Woluwe). 

De bewoners worden Everenaars of Everaars genoemd. Er is 5km2 grondgebied, voor 39439 inwoners (op 1 januari 2016). De gemiddelde leeftijd is er 39 jaar.

Evere was lang bekend voor de teelt van witloof. En samen met Haren stond Evere aan de bakermat van luchtvaart in België: tussen 1914 en 1945 waren zowel SABCA als SABENA er actief.

Na de tweede wereldoorlog, een demografische boom en het schaarser worden van vrije woningen of bouwgronden, verdwijnen de landbouwgronden ten voordele van de verstedelijking. Die dijt nog verder uit, na 1968, met de komst van de NATO op de gronden van de voormalige luchthaven. Hierdoor werden talrijke ondernemingen in de tertiaire sector aangetrokken, met name in het Da Vinci Research Park.

Evere was tot aan het einde van de twee wereldoorlog een landelijke gemeente. Door de sterke toename van de bevolking verdwenen alle landbouwgronden in een tijdsspanne van 25 jaar.

Was Evere voordien een Nederlandstalige Brabantse gemeente, in 1954 werd het door een KB aangehecht aan het tweetalige administratief arrondissement Brussel-Hoofdstad. Voortaan krijgt Evere een tweetalig bestuur en tweetalige scholen. Nog voor de taalwetten van 1963 over het taalgebruik in scholen, was Evere dus de eerste gemeente met dit beleid.

De gemakkelijke toegang tot de ring met de Gemeenschappenlaan en de Leopold III-laan zorgt voor een prima ontsluiting. Maar Evere hecht ook veel belang aan de niet gemotoriseerde weggebruikers. Zeventig procent van onze eenrichting-straten zijn zo ingericht dat fietsers ze in beide richtingen kunnen gebruiken.

Evere is ook goed aangesloten op het openbaar vervoernetwerk. De NMBS heeft twee stopplaatsen: "Evere" en "Bordet", beide op lijn 26. Tramlijnen 55 en 62, en tal van buslijnen van de MIVB en De Lijn doorkruisen de gemeente.

Traditioneel bestaat Evere uit twee delen: Hoog Evere en Laag Evere. Het oudste gedeelte is Laag Evere, en ontstond rond de Sint Vincentiuskerk. Ook de Molen en het Hoevetje vind je er.

De rijhuizen in laag Evere zijn eerder laag, behalve in de buurt rond Picardie. Tijdens het interbellum heeft het centrum zich ontwikkeld, met name met de bouw van het Gemeentehuis.

Winkels vind je vooral rond het Vredeplein, en op de kruising van de Consciencelaan en de Onze Lieve Vrouwlaan. 

Aan de andere kant van de Leopold III-laan spreekt men van Hoog Evere. Dit gedeelte van de gemeente heeft zich ontwikkeld rond de Sint Jozefkerk en de Leuvensesteenweg waar ook talrijke winkels geconcentreerd zijn. Vervolgens hebben woningen en handelszaken zich ingeplant tot aan de Leopold III-laan, de toegangsweg tot de luchthaven.

Veel groen (het park, de begraafplaats van Brussel), brede lanen en grote appartementsgebouwen, dat zijn de typische kenmerken van dit gedeelte van de gemeente.

Er werd altijd gezocht naar een evenwicht tussen gevarieerde bouwtypologieën, economische functies voor werkgelegenheid en groene ontspanningsruimten.