Algemeen politiereglement

Lu

Algemeen politiereglement

HOOFDSTUK I _- ALGEMENE BEPALINGEN.

 

Artikel 1.

Het onderhavig reglement heeft tot doel om de bewoners te laten genieten van de voordelen van goede bestuur, voornamelijk aangaande de netheid, gezondheid, de veiligheid en de rust op de openbare weg, op de plaatsen die toegankelijk zijn voor het publiek en de publieke gebouwen.

 

Artikel 2.

De openbare weg is dat gedeelte van het gemeentelijk grondgebied dat in hoofdorde bestemd is voor het verkeer van personen of voertuigen en voor iedereen toegankelijk is binnen de bij de wetten , besluiten en verordeningen bepaalde perken.

Het omvat onder andere :

a) de verkeerswegen met inbegrip van de bermen en de voetpaden;

b) de openbare ruimten, aangelegd als aanhorigheden van de verkeerswegen en voornamelijk bestemd voor het parkeren van voertuigen, voortuinen, wandelplaatsen en markten.

Worden gelijkgesteld met de openbare weg, de inrichtingen bestemd voor het vervoer en de bedeling van goederen van openbaar nut , energie en signalen.

Artikel 3.

§1.De in onderhavig reglement beoogde toelatingen worden precair en herroepbaar afgegeven, in de vorm van een persoonlijke en onoverdraagbare titel, die de gemeente niet aansprakelijk stelt.

Ze kunnen op ieder moment door de bevoegde overheid ingetrokken worden wanneer het algemeen belang het vereist.

§2. Iedere begunstigde van een toelating die afgeleverd werd op grond van dit reglement wordt er toe gehouden om de voorwaarden ervan na te leven, alsook om er op toe te zien dat diens voorwerp geen schade kan berokkenen aan anderen, noch de openbare veiligheid, rust, gezondheid of netheid in het gedrang kan brengen.

§3.De gemeente is niet aansprakelijk voor de schade die kan voortvloeien uit de - al dan niet foutieve - uitoefening van de bij de toelating beoogde activiteit.

§4. Wanneer de toelatingsakte betrekking heeft op :

- een activiteit of een evenement in een voor het publiek toegankelijke plaats, moet deze zich op de plaats in kwestie bevinden.

- een activiteit op de openbare ruimte of een bezetting ervan, moet de begunstigde deze bij zich hebben tijdens de activiteit of de bezetting.

In beide gevallen moet de akte getoond worden aan een bevoegde agent.

Artikel 4.

Wanneer de openbare veiligheid, netheid, gezondheid of rust in het gedrang zijn door situaties die hun oorzaak hebben in privé-eigendommen, kan de Burgemeester de nodige besluiten nemen.

De eigenaars, huurders, bezetters of zij die er op een of andere manier verantwoordelijk voor zijn , moeten er zich naar schikken.

In geval van weigering of vertraging in de uitvoering van de bij voornoemde besluiten voorgeschreven maatregelen, alsook indien het onmogelijk is ze aan de betrokkenen te betekenen, kan de burgemeester er ambtshalve toe doen overgaan, op risico en nadeel van de in gebreke blijvende partijen, die solidair de betaling van de kosten moeten dragen.

 

Artikel 5.

Iedere persoon die de voorschriften van onderhavig reglement niet naleeft zal burgerrechtelijk aansprakelijk worden gesteld voor de schade die daaruit kan voortvloeien.

De gemeente is niet aansprakelijk voor de schade die zou voortvloeien uit de niet-naleving van de bij onderhavig reglement voorgeschreven bepalingen.

Artikel 6.

Wanneer de openbare veiligheid, netheid, gezondheid of rust in het gedrang komen door toestanden die hun oorsprong vinden in privé-eigendommen, kan de burgemeester de nodige besluiten nemen.

De eigenaars, huurders, bezetters of zij die er op een of andere manier verantwoordelijk voor zijn, moeten er zich naar schikken.

In geval van weigering of vertraging in de uitvoering van de bij voornoemde besluiten voorgeschreven maatregelen, alsook indien het onmogelijk is ze aan de betrokkenen te betekenen, kan de burgemeester er ambtshalve toe doen overgaan, op risico en nadeel van de in gebreke blijvende partijen, die solidair de betaling van de kosten moeten dragen.

 

Artikel 7.

Ieder persoon die zich op de openbare weg bevindt of in een voor het publiek toegankelijke plaats, moet zich onmiddellijk schikken naar de verzoeken of bevelen van de bevoegde agenten, met het oog op :

1. het respecteren van de wetten, decreten, besluiten en reglementen ;

2. de vrijwaring van de openbare veiligheid, rust, netheid of gezondheid.

3. de vereenvoudiging van de taken van de hulpdiensten en de bijstand aan personen in gevaar.

Deze verplichting is tevens van toepassing op personen die zich in een privé-eigendom bevinden, wanneer de bevoegde agenten er zijn binnengegaan op verzoek van de bewoners of in geval van brand, overstroming ,hulpgeroep, een misdaad of een inbreuk op heterdaad of het afkondigen van het algemeen gemeentelijk urgentie-interventieplan of elk hoger plan.

Hoofdstuk II - DE OPENBARE NETHEID EN SALUBRITEIT.

 

Afdeling 1.

Netheid van de openbare weg

Artikel 8.

Het is verboden op welke manier dan ook, door eigen toedoen of door toedoen van personen, dieren of zaken waarover men toezicht of zeggenschap heeft :

1. voorwerpen van openbaar nut;

2. plaatsen van de openbare weg;

3. galerijen en doorgangen op private grond die voor het publiek toegankelijk zijn, te vervuilen.

Artikel 9.

Behoudens voorafgaande toelating van de Burgemeester, is het verboden, met welk produkt dan ook, tekens of opschriften te maken op de openbare weg.

 

Artikel 10.

De verkopers dienen het nodige te doen opdat hun klanten de openbare weg rond hun handel niet vervuilen door hun toedoen of door hun klanten.

Ze zijn ertoe gehouden om de netheid ervan te waarborgen.

Artikel 11.

Het is verboden te urineren of uitwerpselen achter te laten op de openbare weg of in openbare plaatsen en parken, galerijen en doorgangen op privé-gebied die voor het publiek toegankelijk zijn, elders dan de in de daartoe bestemde plaatsen.

Het is verboden te spuwen op een openbare plaats of een voor het publiek toegankelijke plaats.

 

Artikel 12.

Het is verboden een voorwerp naar een persoon te werpen die de betrokkene kan hinderen of vuil maken.

Afdeling 2.

Voetpaden, bermen en onderhoud van eigendommen

Artikel 13.

De voetpaden en bermen van bewoonde of onbewoonde gebouwen dienen te worden onderhouden en schoon gehouden. Deze verplichtingen berusten op :

1. de bewoner van het gedeelte dat gelegen is aan de straatkant op het niveau van het gelijkvloers, tenzij er een tegengestelde conventie is opgesteld tussen de eigenaar en huurders.

2. Indien de woning op de gelijkvloers onbewoond is, is het onderhoud de verantwoordelijkheid van de opeenvolgende bewoners van de hogere verdiepingen en dit volgens oplopende volgorde.

3. Indien het gebouw volledig leeg is, is het onderhoud de verantwoordelijkheid van de eigenaar.

Indien in eender welke conventie een regeling werd getroffen waarbij het onderhoud ten laste is van een derde, is het aan de persoon die verantwoordelijk wordt geacht om een kopie van die conventie te bezorgen.

De voetpaden en bermen mogen in geen geval schoongemaakt worden tussen 22u 's avonds en 7u 's morgens.

Onder voetpad verstaat men de doorgaans ten opzichte van rijweg verhoogde berm, die langs de rooilijn gelegen is en voor de voetgangers bestemd is.

De berm is de ruimte of het gedeelte van de weg dat niet in de rijweg inbegrepen is.

 

Artikel 14.

De goede staat van onbebouwde terreinen en onbebouwde gedeelten van eigendommen moet op ieder moment gewaarborgd worden door de eigenaar van het terrein, wat met name inhoudt dat erover dient gewaakt te worden dat noch de begroeiing noch de netheid, de openbare veiligheid bedreigt en erover te waken dat er geen vuil gestort wordt.

De gemeentelijke overheid kan aan de eigenaar van een onbebouwd terrein opleggen om het desbetreffende terrein af te sluiten om redenen van netheid of gezondheid.

Afdeling 3.

Wateroppervlakten, waterwegen, kanaliseringen

Artikel 15.

Het is formeel verboden de leidingen voor de afvoer van regen- of afvalwater te versperren.

 

Artikel 16.

Behoudens schriftelijke toelating is het verboden om de riolen gelegen in de openbare ruimte te ontstoppen, schoon te maken, te herstellen of er aansluitingen op aan te brengen.

Het verbod is niet van toepassing op de vrijmaking van kolken als de minste vertraging de aangrenzende eigendommen schade zou kunnen berokkenen en voor zover er niets wordt gedemonteerd of uitgegraven.

 

Artikel 17.

Onder voorbehoud van de toepassing van artikel 16, mag niemand het gebruikte huihoudelijke water komende van binnen de eigendom, laten afvloeten of gooien op de openbare weg.

Het is eveneens verboden het regenwater afkomstig van bebouwde eigendommen op de openbare ruimten te laten afvloeien.

De eigenaars zullen onderhavig artikel naleven met respect voor de normen opgelegd door de reglementen van stedenbouw.

Artikel 18.

Het is verboden het ijs op stilstaand water en waterwegen, riolen en rioolkolken te vervuilen door er voorwerpen, vloeistoffen of dode of levende dieren op te werpen of te gieten.

 

Artikel 19.

Het is verboden te baden in rivieren, kanalen, vijvers, bekkens, fonteinen, er dieren in te laten baden of wassen of er eender wat in onder te dompelen.

Afdeling 4.

Verwijdering van bepaalde afvalstoffen

Artikel 20.

Iedere persoon die een container wenst te plaatsen op de openbare weg moet hiervoor een uitdrukkelijke toelating van de gemeente hebben . Hij zal er op toezien dat de container geplaatst wordt met respect voor de normen van het onderhavig reglement en de verkeersreglementering.

 

Artikel 21.

De door de gemeente voor afval voorbehouden plaatsen moeten volkomen net worden gehouden.

- ze zijn voorbehouden voor de inwoners van de gemeente;

- het storten van groenafval door beroepstuiniers is er verboden.

Artikel 22.

Wie op de openbare weg of in de nabijheid daarvan huisvuil plaatst om opgehaald te worden door de bevoegde dienst, is verplicht dit in een conforme verpakking te verzamelen die voldoende sterk, waterdicht en gesloten is, om te vermijden dat het huisvuil de openbare weg zou bevuilen.

Het is verboden om vuilnis te verspreiden uit vuilniszakken op de openbare weg.

De conforme verpakkingen mogen slechts gedeponeerd worden op de openbare ruimten of in diens nabijheid ten vroegste om 18h00, de avond voor het tijdstip van ophaling van het vuil.

Het is verboden om de conforme verpakkingen met vuilnis te deponeren rond de bomen. De bewoners moeten hun vuilnis op het voetpad voor het gebouw deponeren dat ze bewonen, op zulke manier dat het verkeer niet gehinderd wordt en ze perfect zichtbaar zijn vanaf de straat.

Indien de dienst voor ophaling van het vuilnis, het vuilnis niet heeft opgehaald op de daardoor voorziene uren, moet éénieder in de mate van het mogelijke het vuilnis opnieuw naar binnen halen indien dit nog identificeerbaar is of op zijn minst contact opnemen met het nummer 02/247.63.01 om deze van het probleem op de hoogte te stellen.

Artikel 23.

Het is verboden om zich te ontdoen in een openbare vuilnisbak, van huishoudelijk afval of ander afval dan datgene dat geconsumeerd wordt op de openbare weg.

Afdeling 5.

Onderhoud van voertuigen

Artikel 24.

Het is verboden op de openbare weg het onderhoud, de smering, olieverversing of herstelling van voertuigen of stukken van deze voertuigen te doen, met uitzondering van zeer beperkte interventies teneinde het voertuig in staat te stellen zijn weg voort te zetten of weggesleept te worden.

Afdeling 6.

Vuur, stof en varia

Artikel 25.

§1.Het is verboden de buurt op een ongepaste wijze te storen met rook, geuren of uitwasemingen van welke bron dan ook, alsook met stof of projectielen van allerlei aard.

Behoudens toelating van de bevoegde overheid is het eveneens verboden vuur te maken buiten gebouwen en in open lucht afval te verbranden, met inbegrip van groenafval zoals beoogd bij artikel 19 van onderhavig reglement.

Onverminderd het eerste lid zijn barbecues toegelaten in private tuinen en enkel als er gebruik wordt gemaakt van vaste of mobiele barbecuestellen of op privéterassen in een huizenblok indien het fornuis op minimum 2 meter van de gevel is geplaatst.

§2. Voor het evacueren van rook komende van de keukens uit de horecasector is de plaatsing verplicht via een professioneel in infrastructuur voor de horeca, van een systeem dat de evacuatie van geur en vetten in de atmosfeer belet.

 

Afdeling 7.

Logeren en kamperen

Artikel 26.

Behoudens voorafgaandelijke schriftelijke toelating is het verboden op het hele grondgebied van de gemeente en op iedere plaats van de openbare weg te slapen of te kamperen in een wagen, een caravan of een daartoe ingericht voertuig.

Behoudens voorafgaandelijke schriftelijke toelating, is het eveneens op een privé-terrein verboden te verblijven in een mobiel onderkomen zoals een woonaanhangwagen, een caravan of een motorhome.

Afdeling 8.

Strijd tegen schadelijke dieren

Artikel 27.

Behoudens voorafgaandelijke schriftelijke toelating, is het verboden op de openbare ruimte en op de openbare plaatsen zoals parken en tuinen ( straten, beplantingen, plaatsen, ...) eender welke materie voor de voeding van zwerfdieren of duiven achter te laten, te deponeren of te werpen.

Hetzelfde verbod geldt ook op privéwegen, binnenplaatsen, tuinen en andere delen van een gebouw, indien in casu werd aangetoond dat deze praktijk een hinder inhoudt voor de buren of indien dit dieren aantrekt die de openbare rust of de gezondheid verstoren of die schade aanrichten aan het erfgoed of aan het bestaande gebouw.

De eigenaars van gebouwen moeten de plaatsen waar duiven nesten zouden kunnen bouwen permanent afschermen, alsook vervuilde gebouwen schoonmaken en ontsmetten.

Afdeling 9.

Preventiemaatregelen

 

Artikel 28.

De toegang tot cabines, stortbaden of zwembaden en sportinrichtingen die voor het publiek toegankelijk zijn, is verboden voor personen :

- die duidelijk niet zindelijk zijn;

- die lijden aan een besmettelijke ziekte of een wonde die nog niet geheeld of met een verband bedekt is, hetzij een huidziekte die met uitslag gepaard gaat of die een besmettelijke aandoening vertonen waarvoor de weigering van de toegang medisch verantwoord is.

Artikel 29.

Het is verboden personen die aan een ernstige besmettelijke ziekte lijden te vervoeren of te doen vervoeren met een ander vervoermiddel dan met een speciale ziekenwagen.

Afdeling 10

Aanplakking

Artikel 30.

§ 1. Onverminderd de bepalingen van de Gewestelijke Stedenbouwkundige Verordening is het verboden op de openbare ruimten affiches, vlugschriften, stickers of plakbriefjes aan te brengen, te doen aanbrengen of te plakken, zonder toelating van de bevoegde overheid of de eigenaar van de plaats of zonder zich te schikken naar de door de bevoegde overheid in de toelatingsakte vastgestelde bepalingen.

§ 2. Onverminderd de politieverordeningen van de Gouverneur van het administratief arrondissement van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest kunnen de verkiezingsaffiches op de door het College van Burgemeesters en Schepenen aangeduide plaatsen aangebracht worden, naargelang de voorwaarden die het vaststelt.

§ 3. De gemeentelijke overheid zal ambtshalve overgaan tot de verwijdering op kosten van de overtreder, bij affiches of zelfklevers die in strijd met onderhavig reglement zijn aangebracht.

Artikel 31.

Het is verboden de affiches, vlugschriften, stickers of plakbriefjes te bevuilen, te bedekken, te beschadigen, te vernielen, zonder vergunning te verwijderen of te verscheuren, ongeacht of ze al dan niet met de toelating van de overheid werden aangebracht.

 

HOOFDSTUK III - DE OPENBARE VEILIGHEID EN DE VLOTTE DOORGANG OP DE OPENBARE WEG.

 

Artikel 32.

Het is verboden om, om het even welke reden, een kind van jonger dan 12 jaar alleen achter te laten in een wagen.

 

Afdeling 1.

Samenscholingen, betogingen, optochten

Artikel 33.

Behoudens de in artikel 34 beoogde voorafgaandelijke en schriftelijke toelating is het verboden op de openbare weg samenscholingen die het verkeer van voertuigen of voetgangers kunnen storen, te veroorzaken of eraan deel te nemen.

Artikel 34.

Iedere betoging, optocht, iedere groepering of elke verdeling georganiseerd voor commerciële redenen op de openbare weg of in galerijen en doorgangen, is onderworpen aan een voorafgaandelijke en schriftelijke toelating van de Burgemeester.

De toelatingsaanvraag moet minstens 10 werkdagen voor de voorziene datum schriftelijk aan de Burgemeester gericht worden en moet de volgende gegevens bevatten :

- de naam, het adres en het telefoonnummer van de organisator(en);

- het voorwerp van het evenement;

- de datum en het tijdstip voor de bijeenkomst;

- de geplande route;

- de voorziene plaats en tijdstip voor het einde van het evenement en in voorkomend geval de ontbinding van de optocht;

- of er een meeting wordt gehouden bij de afsluiting van het evenement;

- de raming van het aantal deelnemers en de beschikbare vervoermiddelen;

- de door de organisatoren voorziene maatregelen;

Afdeling 2.

Voorwerpen die door hun val kunnen hinderen

Artikel 35.

Elk voorwerp dat op de openbare weg kan vallen, mag slechts neergezet of geplaatst worden op om het even welk gedeelte van een gebouw indien het vastgehouden wordt door een geschikt toestel.

Artikel 36.

Ieder werk of bouwwerk gelegen langs de openbare weg moet in goede staat gehouden worden .

Artikel 37.

Behoudens voorafgaandelijke schriftelijke toelating is het verboden om het even welk voorwerp van welke aard ook, dwars over de openbare weg te hangen of te houden.

 

Artikel 38.

Het is verboden tapijten of ieder ander voorwerp uit te kloppen of te schudden boven de openbare weg.

 

Artikel 39.

Het is verboden om het even welk voorwerp door deuren, openingen of vensters te werpen, die uitgeven op de openbare weg. Wanneer de ontruiming van bepaalde voorwerpen of materialen door voormelde openingen onontbeerlijk is , bijvoorbeeld in geval van verhuizing, wordt elke voorzorgsmaatregel genomen om dat gedeelte van de openbare weg dat gevaarlijk is , te onttrekken aan het wegverkeer en de weggebruikers, en om het verkeer te regelen zodanig dat ieder ongeval wordt voorkomen.

Afdeling 3.

Hinderlijke of gevaarlijke activiteiten op openbare weg

 

Artikel 40.

Het is verboden op de openbare weg, in voor het publiek toegankelijke plaatsen en in privé-eigendommen over te gaan tot een activiteit die de openbare veiligheid of de veilige en vlotte doorgang in het gedrang kan brengen, zoals :

1. voorwerpen gooien, stoten of lanceren, behoudens toelating van de bevoegde overheid; deze bepaling is niet van toepassing op de sportdisciplines en spelen die in adequate installaties worden verricht, noch op darts of jeu-de-boulles op andere plaatsen dan in de openbare ruimte;

2. gebruik maken van wapens met samengeperste lucht , uitgezonderd in stands die daartoe een toelating hebben of in schietkramen op kermissen;

3. gebruik maken van vuurwerk, behoudens toelating van de bevoegde overheid:

4. klimmen op afsluitingen , in bomen, op palen, constructies of allerhande installaties;

5. gewelddadige of lawaaierige spelen of oefeningen doen;

6. allerhande werken verrichten, behoudens toelating van de bevoegde overheid;

7. artistieke prestaties leveren, behoudens toelating van de bevoegde overheid;

8. zijn fiets of aanhangwagen parkeren aan de voet van een boom en/of hem aan de boom vastmaken.In geval van inbreuk kan de gemeente overgaan tot de weghalen van het voertuig.

9. Zijn aanhangwagen of woonwagen meer dan 48 u parkeren op de openbare weg. Voor elke tijdsduur langer dan 48u, kan een voorafgaandelijke schriftelijke toelating aan het College der burgemeester en schepenen gevraagd worden. In geval van inbreuk kan de gemeente overgaan tot het weghalen van het voertuig.

Wapens, munitie of vuurwerk dat gebruikt werd in strijd met bovenvermelde bepalingen, worden in beslag genomen.

§2.Alle achtergelaten fietsen die buiten privé-eigendommen gevonden worden, die de doorgang op de gemeentelijke of gewestelijke openbare weg belemmeren , zullen door het Gewest worden verwijderd en dit voor rekening van de gemeente.

Artikel 41.

Het is verboden op de openbare weg loterijen of kansspelen te plaatsen of te houden.

 

Artikel 42.

Het is verboden voor ieder persoon die op de openbare weg een activiteit uitoefent, ongeacht of deze een toelating heeft gekregen;

- de toegang tot openbare of private plaatsen gebouwen te belemmeren;

- vergezeld te zijn van een agressief dier;

- zich dreigend op te stellen;

- de doorgang van voorbijgangers te verhinderen;

- deze activiteit op de rijweg uit te oefenen.

 

Artikel 43.

Behoudens voorafgandelijke specifieke toelating van de gemeentelijke overheid, is het verboden om, onder andere met verschillende voorwerpen, zich een parkeerplaats te reserveren op de openbare weg,

 

Artikel 44.

Tenzij een toelating bekomen werd door de gemeenteautoriteit, is het voor iedere persoon die zich op de openbare weg bevindt verboden om de doorgang van de voorbijgangers te belemmeren door het plaatsen of achterlaten van elk vervoerbaar voorwerp zoals bagages, huisvuil, bouwafval, voertuigen,...

Het begrip doorgang belemmeren werd onder andere door volgende gedragingen gedefinieerd:

4. aan de voetgangers, op iedere plaats waar de doorgang toegelaten is, een breedte van minder dan 1m50 laten, of een andere breedte die door de bevoegde overheden is opgelegd naar gelang van de specifieke omstandigheden op bepaalde plaatsen, of die hen verplichten om over voorwerpen die de doorgang belemmeren te stappen of te klimmen;

5. aan de auto's die op de wegen circuleren, een breedte van minimum 3m laten, of welke andere nodige breedte die nodig is voor de doorgang van hulpvoertuigen in functie van de specifieke omstandigheden bij bepaalde plaatsen, of op de weg voorwerpen achterlaten die in staat zijn om schade aan te richten aan de circulerende voertuigen;

6. de fietspaden vol te leggen op een manier dat het voor de fietsers onmogelijk wordt om te circuleren zonder gevaar;

7. de toegang tot de gebouwen, in aanbouw of niet, beletten of de toegang beperken zoals hierboven beschreven, voor de voetgangers, fietsers en voertuigen.

 

Artikel 45.

Het gebruik van steps, fietsen, rolschaatsen of skateboards is enkel toegelaten op plaatsen waar de veiligheid van de voetgangers noch de vlotte doorgang in het gedrang wordt gebracht. De bevoegde overheid kan het echter verbieden op de plaatsen die zij bepaalt.

 

Artikel 46.

Behoudens schriftelijke toelating van de gemeentelijke overheid is het verboden op de openbare weg en in openbare plaatsen ;

- inzamelingen en inzamelingen door middel van verkoop te houden, deur aan deur verkoop uit te oefenen en het verzamelen van nieuwjaarsfooien;

- te zorgen voor vermakelijkheden zoals fuiven, bals, tentoonstellingen, spektakels of

feestelijke verlichting;

De vergunningsaanvragen moeten minstens 10 werkdagen voor de activiteit ingediend worden.

 

Artikel 47.

Onverminderd de andere bij onderhavig reglement voorziene bepalingen mag niemand, ook niet tijdelijk, goederen uitstallen op de openbare weg zonder vergunning van de bevoegde overheid.

Artikel 48.

De personen die optreden als omroeper, verkoper of verdeler van kranten, publikaties, tekeningen, gravures, advertenties en allerhande drukwerken in straten en andere openbare plaatsen, mogen zonder toelating geen materiaal gebruiken voor de uitoefening van die activiteit.

De verdelers van kranten, documenten, tekeningen, gravures, advertenties en allerhande drukwerken dienen wat er door het publiek op de grond wordt gegooid, op te rapen.

Het is verboden voor omroepers, verkopers of verdelers van kranten, documenten, drukwerken of reclame :

- stapels kranten, documenten, enz. achter te laten op de openbare weg of op de drempel van deuren en vensterbanken van gebouwen;

- stapels kranten, documenten, enz. achter te laten in verlaten gebouwen en niet genummerde brievenbussen.

- reclame of drukwerk op voertuigen te bevestigen;

- voorbijgangers aan te klampen, te volgen of lastig te vallen.

 

Artikel 49.

De personen, die zich toeleggen op iedere vorm van bedelarij, zelfs onder het mom van eender welke niet professionele dienst, mogen de openbare orde niet verstoren, noch de veiligheid, de openbare rust en de gezondheid in het gevaar brengen. Het is hun verboden om voorbijgangers en automobilisten lastig te vallen.

Het is verboden om te bedelen op kruispunten en aan de zijkant ervan.

De bedelaar mag niet vergezeld zijn door een agressief dier en hij mag geen enkel voorwerp tonen of delen van zijn lichaam met de bedoeling om de aangesproken personen te intimideren. Het is eveneens verboden dat minderjarigen gebruikt worden om medelijden op te wekken bij de aangesproken personen.

Artikel 50.

Het is verboden buiten de zalen voor spektakels of concerten en plaatsen voor sportbijeenkomsten of vermakelijkheden, de voorbijgangers op de openbare weg aan te klampen om hun inkomkaarten te koop aan te bieden of om hun uit te leggen hoe ze er zich kunnen aanschaffen.

Het is eveneens verboden voor handelaars of restauranthouders alsook voor personen die ze tewerkstellen, cliënten aan te spreken of te roepen teneinde ze aan te sporen om naar hun zaak te komen.

 

Artikel 51.

Het is verboden op welke manier dan ook ieder concert, spektakel, vermakelijkheden of bijeenkomsten op de openbare weg toegelaten door de gemeentelijke overheid, te storen.

De toegang tot de scene is verboden voor ieder die er niet om dienstredenen hoeft te zijn.

Het is verboden voor het publiek van zalen voor spektakels, feesten, concerten of sport:

a) zich op de scène, piste of terrein te begeven zonder daar vanwege de artiesten, sportlui of

organisatoren een uitnodiging of toelating voor te hebben gekregen, alsook zich toegang

te verschaffen tot de private delen van het etablissement of degene die voor de artiesten of sportlui voorbehouden zijn;

b) de artiesten te roepen of toe te schreeuwen of het spektakel, feest of concert op een andere manier te verstoren;

c) voorwerpen op de balkons en leuningen te deponeren of eraan te bevestigen, die door hun val of op enige andere manier het publiek, de acteurs of de performers kunnen storen.

Afdeling 4.

Plaatsing van torenkranen - regels voor werven

 

Artikel 52.

Iedere plaatsing van een torenkraan op de openbare weg is onderworpen aan de toelating van de burgemeester.

Onverminderd de reglementaire voorschriften inzake stedenbouw, leefmilieu en arbeidsbescherming, is het verplicht :

1. voor iedere ingebruikname van een torenkraan en telkens als het Algemeen Reglement op de Arbeidsbescherming het opmaken van een proces-verbaal van verificatie vereist, een fotokopie van dit document, opgesteld door een erkend organisme, op te sturen naar het College van Burgemeester en Schepenen, binnen een termijn van drie weken voor de montage of het opnieuw monteren;

2. dat ieder gebruik van de torenkraan onderworpen is aan de opstelling van een plan van de werkplaats, in twee exemplaren, met alle nuttige aanduidingen en kenmerken van het tuig, met inbegrip van de plaatsruimte en de draaicirkel van de arm;

3. dat de torenkranen een stabiele basis hebben op de grond, om het omvallen ervan te vermijden. Toren-hijskranen moeten aan deze rails vastgemaakt worden en de rails moeten op hun beurt stevig in de grond verankerd worden om uitrukken te voorkomen;

4. dat de torenkraan, naarmate de bouw vordert, hetzij in het gebouw opgenomen wordt;hetzij degelijk op verschillende plaatsen vastgeankerd wordt;

5. dat de gebruikers alle gepaste maatregelen nemen opdat de stabiliteit van de torenkraan niet zou verminderen wanneer deze zich in draaistand bevindt;

6. dat de vervoerde materialen indien deze poedervormig of vloeibaar zijn of zich kunnen verspreiden, zouden opgeborgen worden in containers zodat er niets kan vallen op het openbaar domein, in de private eigendommen of binnen de met paalwerk omheinde ruimte. De omheining moet zo nodig op bevel van een overheidsbeambte verwijderd worden bij de dagelijkse sluiting van de werkplaats.

7. dat voor de ingebruikname van de torenkraan op het politiecommissariaat een lijst wordt ingediend met de namen, adressen en telefoonnummers van de aannemer, de ingenieur of bevoegde technicus alsook een lid van het kraanpersoneel, die te allen tijde snel bereikt kunnen worden, zowel overdag als 's nachts. Een kopie van deze lijst dient aan de buitenzijde van het kantoor van de werkplaats aangeplakt te worden.

Afdeling 5 :

Regels op werven

Artikel 53.

Ten einde schade aan of vervuiling van het openbaar domein te vermijden, te verhinderen dat de veiligheid of de mogelijkheid tot gebruik van de openbare ruimte onmogelijk wordt en elke verstoring van de openbare rust te vermijden moeten volgende algemene regels gerespecteerd worden door elke persoon die tussenkomt in de uitvoering, de conceptie, de leiding of het opzicht van de werf :

1. de werf wordt proper en ordelijk gehouden, met inbegrip van de omgeving, afsluitingen, en de voertuigen en werktuigen die gebruikt worden

2. de werf, met inbegrip van de omliggende installaties, gronden en diverse produkten, moet permanent geïsoleerd worden van de zones die voorbehouden zijn voor het verkeer van personen en voertuigen door middel van afsluitingen;

3. buiten de werf is er geen enkele stockage toegestaan van materialen, puin, aanvulgrond
of afval, met uitzondering van het leveren van materialen;

4. de werf moet beschermd worden tegen mogelijke schade;

5. de werf wordt constant aangeduid en dit op, een voor de gebruikers van de openbare ruimte, duidelijk zichtbare manier en iedere voorzorg zal genomen worden om de doorgang van de voetgangers in alle veiligheid te verzekeren.

6. beplantingen en stadsmeubilair binnen de perimeter van en rond de werf worden degelijk beschermd, stammen en wortels van bomen worden voorafgaandelijk beschermd en dit tot op de nodige hoogte; wondes aan planten of hun wortels moeten verzorgd worden en de nodige maatregelen moeten voorzien worden om schade te vermijden ; beplantingen en stadsmeubilair moeten geïnventariseerd worden bij de aanvraag tot toelating en opgenomen worden in de plaatsbeschrijving voor de werken;

7. werven die per fase uitgevoerd worden moeten zodanig georganiseerd worden dat zulke uitvoering mogelijk is en dat na elke fase de oorspronkelijk toestand opnieuw beoogd wordt;

8. werfvoertuigen en machines verplaatsen zich met respect voor beplantingen en stadsmeubilair en moeten vermijden dat er vuil op personen, gevels of andere terecht komt;

9. bevuiling van de openbare ruimte door de activiteiten van de werf wordt onmiddelijk schoongemaakt;

10. behalve specifieke toelating van de Burgemeester, gemotiveerd door veiligheids- of mobiliteitsvoorschriften, mag geen enkele werf, die tussen 22 uur en 7 uur en gedurende de weekends en feestdagen uitgevoerd wordt, zodanig veel lawaai maken dat de nachtrust van de omwonenden gestoord wordt.

 

Artikel 54.

De bouwheer verwittigt, per omzendbrief en affiches, alle personen die hinder zouden kunnen ondervinden door de werf, van de duur en de aard van de werken, en dit ten minste 8 dagen voor het begin van de werken, behalve bij hoogdringendheid, ten laatste de dag van het begin van de werf.

De aankondiging bestemd voor personen die schade zouden kunnen ondervinden door de werken
beantwoordt aan volgende voorwaarden :

1. een omzendbrief in het Frans en het Nederlands wordt, door de bouwheer en op zijn kosten, verdeeld in alle brievenbussen voor de aanvang van de werken, dit schrijven bevat : enerzijds, de aard en de reden van de werken, de omvang, de duur en de aanvangsdatum, en anderzijds, de naam, het adres, het telefoonnummer van de bouwheer en de ondernemingen belast met de uitvoering van de werken, een kopie van dit schrijven wordt in dezelfde termijnen aan de gemeente doorgegeven;

2. affiches in het Nederlands en het Frans overeenkomstig het model en de bepalingen van bijlage 5 van het besluit van de Brussels Hoofdstedelijk Gewest van 16 juli 1998 betreffende de coördinatie en de organisatie van werven op de openbare ruimte in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest worden op kosten van de bouwheer, uitgehangen indien de werf langer de 15 dagen duurt.

Alle werfsignalisatie en informatie van de bouwheer, zijn aannemers en onderaannemers wordt in het Frans en het Nederlands opgesteld.

 

Artikel 55.

Het in oorspronkelijke staat herstellen van de werf is ten laste van de bouwheer en is onderworpen aan volgende bepalingen :

1. de duur ervan is inbegrepen in de duur van de volledige werf;

2. het herstel respecteert de bestemming van de openbare ruimte en de noden die eruit voortvloeien ; en wordt uitgevoerd met gelijkaardige materialen als ervoor, behalve uitdrukkelijke vermelding in de aanvraag of verplichting die in de vergunning vermeld wordt;

3. bij werken in fases wordt het herstel aan het einde van elke fase uitgevoerd;

4. alle installaties, voertuigen, materialen en afval moeten ten laatste op het voorziene eind ervan voor de werf verwijderd worden;

5. het herstel omvat het herplanten of vervangen van de beplantingen, signalisatie en stadsmeubilair die beschadigd zouden zijn;

6. na het herstel moet de bouwheer de definitieve herstellingen gedurende twee jaar na de datum van de plaatsbeschrijving bij het einde van de werken, garanderen;

7. de schoonmaak van de werf omvat de stockagezones.

Afdeling 6.

Privatieve ingebruikneming van de openbare weg

Artikel 56.

$ 1. Behoudens voorafgaandelijke schriftelijke toelating afgeleverd door de gemeentelijke overheid en onverminderd de wettelijke en reglementaire bepalingen inzake stedebouw is het volgende verboden :

1. Iedere privatieve bezetting van de openbare weg op het niveau van de begane grond, erboven of eronder, zoals een vastgehecht, opgehangen, geplaatst of achtergelaten voorwerp en die niet valt onder het stelsel van de belasting op het vervuilen van de openbare weg; het is in het bijzonder verboden de openbare ruimte te versperren door er materiaal, steigers of andere soortgelijke voorwerpen achter te laten ,het is tevens verboden er putten te graven.

2. De installatie tegen hoge delen van gebouwen of tegen de gevels van huizen, van voorwerpen die gevaar kunnen veroorzaken door hun val of door schadelijke uitwasemingen, ook al steken ze niet uit over de openbare weg.

Deze bepaling is niet van toepassing op de voorwerpen die geplaatst werden op vensterbanken en vastgehouden worden door een stevig bevestigde en niet uitstekende voorziening, evenals vlaggenstokken.

$ 2. Onverminderd de bepalingen van artikel 80.2 van de wegcode mag geen enkel voorwerp, zelfs gedeeltelijk, , de voorwerpen van openbaar nut waarvan de zichtbaarheid volledig moet verzekerd zijn, verbergen.

Evenmin mag eender welk voorwerp, zelfs gedeeltelijk, de deuren of ramen van gebouwen langs de openbare weg verbergen.

$ 3. De voorwerpen die in strijd met onderhavig artikel zijn geplaatst, vastgehecht of opgehangen, dienen op het eerste bevel van de bevoegde agenten verwijderd worden. Zo niet zal daar ambtshalve toe worden overgegaan op kosten en risico van de overtreder.

Artikel 57.

Indien om welke reden dan ook een persoon uit het huis dat hij/zij bewoont, wordt gedreven en diens meubels op de openbare weg worden gezet, moet deze persoon ze op het moment van de uitzetting verwijderen , zo niet zal daar door het bestuur toe overgegaan worden op kosten en risico van de overtreder.

 

Artikel 58.

De eigenaars of gebruikers van antennes geplaatst op daken of verhoogde gedeelten van gebouwen, dienen er regelmatig de stabiliteit van te controleren.

 

Artikel 59.

Bomen en beplantingen in private eigendommen moeten zodanig gesnoeid worden dat iedere tak die over de openbare weg hangt, zich op minstens 2,50m. hoogte van de grond bevindt en het uiteinde ervan zich op minstens 0,50m. afstand van de rijweg bevindt.

Indien bijzondere veiligheidsredenen dat vereisen, kunnen de bevoegde agenten andere afmetingen opleggen en de voorgeschreven werken dienen ten laatste acht dagen na de desbetreffende kennisgeving verricht te worden. Indien er aan onderhavige bepaling geen gevolg wordt gegeven, zullen de werken door het bestuur verricht worden op kosten en risico van de in gebreke blijvende partij.

 

Artikel 60.

Het is verboden lange of omvangrijke voorwerpen van binnen een gebouw op de openbare weg te laten uitsteken zonder de nodige maatregelen te nemen om de veiligheid van de voorbijgangers te waarborgen.

Dezelfde voorzorgsmaatregelen dienen in acht te worden genomen bij het openen van buitenblinden, beweegbare luiken of zonnegordijnen op het gelijkvloers als het gebouw langs de rooilijn aan de openbare weg staat.

Wanneer de buitenblinden of beweegbare luiken open zijn, dienen ze met pallen of haken op hun plaats te worden gehouden.

De pallen en haken op het gelijkvloers dienen zodanig vastgehecht te zijn dat ze de voorbijgangers niet kunnen verwonden of de veiligheid niet in het gedrang kunnen brengen.

Artikel 61.

Ingangen van kelders en toegangen tot ondergrondse ruimten op de openbare weg mogen slechts geopend worden :

- gedurende de tijd die nodig is voor de handelingen waarvoor de opening vereist is;

- met inachtneming van alle maatregelen om de veiligheid van de voorbijgangers te

waarborgen.

Beide voorwaarden zijn cumulatief.

Afdeling 7.

Het gebruik van gevels van gebouwen

 

Artikel 62.

Iedere eigenaar van een gebouw is verplicht

1. het door de gemeente toegekende huisnummer goed zichtbaar aan de straatkant aan te brengen.

Het is verboden op welke manier dan ook de toegekende huisnummers en straatnaamborden te verbergen , af te rukken, te beschadigingen of te doen verdwijnen.

In geval van wijziging van het nummer dient het oude nummer met een zwarte streep te worden doorstreept en mag het maximaal twee jaar behouden blijven vanaf de kennisgeving ter zake door het bestuur.

Als werken aan het gebouw de verwijdering van het huisnummer vereisen, dient dit nummer ten laatste acht dagen na de beëindiging van de werken te worden hersteld.

2.Ieder huishouden moet beschikken over een individuele deurbel aan de hoofdingang van het gebouw, die in staat van werking is.

3. Een brievenbus moet voorzien worden voor elk gezin dat in het gebouw woont behalve voor de gebouwen in gebieden van culturele, historische of esthetische waarde of voor stadsverfraaiing of opgenomen in de lijst in bijlage.

 

Artikel 63.

Ieder gezinshoofd moet de familienamen van alle familieleden van het desbetreffende gezin aanbrengen op de deurbel en de brievenbus.

Artikel 64.

De eigenaars, vruchtgebruikers, huurders, bewoners of om het even welke verantwoordelijken van een gebouw dienen, zonder dat dit voor hen enige schadeloosstelling teweegbrengt, op de gevel of topgevel van hun gebouw, ook wanneer dit zich buiten de rooilijn bevindt, en in dit geval eventueel langs de straatkant, het aanbrengen voor openbaar gebruik toestaan van :

1° een plaat met de aanduiding van de straatnaam van het gebouw;

2° alle verkeerstekens.

3° een klem voor de openbare verlichting, openbare publiciteit, openbare feestverlichting, openbare bewakingscameras, .....

4° ieder veiligheidsmateriaal

 

Artikel 65.

De eigenaars van een gebouw moeten zich ervan verzekeren dat bovengenoemde zaken, alsook de installaties en apparaten waarmee ze uitgerust zijn, zich in perfecte staat van bewaring, onderhoud en werking bevinden, opdat ze de openbare veiligheid niet in het gedrang zouden brengen en het woningwetboek naleven.

Afdeling 8.

Algemene maatregelen ter voorkoming van schendingen van de openbare veiligheid.

Artikel 66.

Het is verboden de geluidssignalen van de brandweer, de lokale of federale politie en andere hulpdiensten of dringende interventies te imiteren.

Artikel 67.

Iedere bedrieglijke hulpoproep of bedrieglijk gebruik van een telefooncabine of signalisatietoestel bestemd om de veiligheid van de gebruikers te verzekeren, is verboden.

Artikel 68.

Onbevoegde personen mogen niet binnendringen in voor het publiek niet toegankelijke constructies of installaties van openbaar nut.

Personen die daar door het gemeentebestuur niet toe werden gemandateerd, mogen geen kranen van leidingen of kanaliseringen, schakelaars van de openbare verlichting, openbare uurwerken, signalisatieapparaten, noch uitrustingen voor telecommunicatie bedienen die zich op of onder de openbare weg of in openbare gebouwen bevinden.

Artikel 69.

Iedere eigenaar of titularis van een zakelijk recht die door het bestuur aangemaand wordt bouwwerken, die dreigen in te storten, te herstellen of af te breken, dient daar onverwijld toe over te gaan; zo niet zal daar door het bestuur toe overgegaan worden op kosten en risico van de overtreder.

Artikel 70.

Het is verboden gazon, aarde, stenen of materialen te verwijderen op plaatsen die tot het openbaar domein van de gemeente behoren, zonder daartoe de toelating te hebben gekregen.

 

Afdeling 9.

Brandpreventie

Artikel 71.

Zodra er brand uitbreekt dienen de personen die het vastgesteld hebben, dit onmiddellijk te melden aan, hetzij het politiekantoor, hetzij de dichtsbijgelegen brandweerdienst, hetzij het centraal noodnummer.

Artikel 72.

De personen die zich bevinden in een gebouw waarin brand is uitgebroken, alsook in de omringende gebouwen moeten :

1. onmiddellijk gevolg geven aan de bevelen van de brandweer, burgerbescherming, politie

of andere openbare diensten waarvan de tussenkomst vereist is om het onheil te bestrijden;

2. de toegang tot hun gebouw mogelijk maken;

3. het gebruik van waterpunten en alle middelen om de brand te bestrijden waarover ze

beschikken mogelijk maken.

 

Artikel 73.

Zijn verboden op de openbare weg en in voor het publiek toegankelijke plaatsen: het parkeren van voertuigen en het plaatsen, zelfs tijdelijk, van zaken die het vinden, de toegang tot of het gebruik van waterbronnen voor het blussen van branden kunnen verhinderen of storen.

 

Artikel 74.

Het is verboden de signalen voor identificatie of het vinden van waterbronnen voor het blussen van branden te beschadigen, te verbergen of te laten verbergen.

 

Artikel 75.

De brandkranen, deksels of luiken die de kamers die de brandkranen en putten afsluiten, moeten steeds vrij, goed zichtbaar en gemakkelijk bereikbaar zijn.

 

Artikel 76.

Wanneer een evenement zoals een fuif, een dansfeest of elke andere bijeenkomst georganiseerd wordt in een voor het publiek toegankelijke plaats waarvan de organisatoren niet kunnen bewijzen dat de plaats beantwoordt aan de veiligheidsvoorschriften, met name in toepassing van de regelgeving inzake brandveiligheid, kan de burgemeester het evenement verbieden en kan de politie in voorkomend geval het etablissement doen evacueren en sluiten.

 

Artikel 77.

De uitbaters van etablissementen die gewoonlijk toegankelijk zijn voor het publiek, zelfs indien die toegang pas wordt verleend onder bepaalde voorwaarden, zijn verplicht zich te houden aan de aanbevelingen en directieven van de Gewestelijke dienst Brandpreventie.

Zolang dat ze niet voldoen aan deze directieven en aanbevelingen, mogen de uitbaters geen publiek toelaten in hun etablissement.

Afdeling 10

Bijzondere bepalingen die in acht dienen te worden genomen bij sneeuw of vrieskou

Artikel 78.

Bij vriesweer is het verboden om:

- water te gieten of te laten vloeien;

- glijbanen aan te leggen;

- sneeuw of ijs te storten dat afkomstig is van privé-eigendommen.

 

Artikel 79.

IJskegels die zich vormen aan de verheven delen van gebouwen die over de openbare weg uitsteken , dienen verwijderd te worden.

Deze verplichting geldt voor de in artikel 12 van onderhavig reglement beoogde personen, volgens de erin vastgelegde bepalingen.

 

Artikel 80.

Bij tijden van sneeuw of ijzel, heeft iedere bewoner van de openbare weg de verplichting om het voetpad grenzend aan het gebouw dat hij bewoont, vrij te maken van sneeuw of om deze slipvrij te maken over minimum 1m50, zodanig dat de doorgang van de voetgangers in alle veiligheid vergemakelijkt wordt.

Dit moet gedaan worden door de in artikel 13 van onderhavig reglement beoogde personen, volgens de erin vastgelegde bepalingen.

Artikel 81.

Behoudens toelating, is het verboden zich op het ijs te begeven van kanalen, waterbekkens, waterlopen en vijvers.

Afdeling 11.

Ontspanningsactiviteiten en -plaatsen

Artikel 82.

&1. De toestellen ter beschikking gesteld van het publiek op gemeentelijke speelterreinen of speeltuinen moeten zo gebruikt worden dat de openbare veiligheid en rust niet in het gedrang komen. Kinderen onder de 12 jaar dienen vergezeld te zijn van een van hun ouders of de persoon aan wiens hoede ze werden toevertrouwd.

§2. De gemeente is niet aansprakelijk voor gebeurlijke ongevallen op een gemeentelijk speelterrein.

Afdeling 12.

Van het gedrag op de openbare weg.

 

Artikel 83.

Er mogen geen meubels of andere goederen geladen of gelost worden tussen 22 en 7 uur, behoudens door de bevoegde overheid afgeleverde toelating.

Bij het vervoeren, hanteren, laden en lossen van voorwerpen op de openbare weg moet erover gewaakt worden dat de voetgangers niet verplicht worden het trottoir te verlaten, dat ze zich niet stoten of worden verwond, dat noch de veiligheid noch de vlotte doorgang, noch de openbare rust in het gedrang komen.

Artikel 84.

Het is de klanten van grote winkelcentra verboden winkelkarren op de openbare weg achter te laten. De uitbaters van grote winkelcentra zijn verplicht alle nodige maatregelen te nemen die de naleving van deze bepaling vrijwaren; bovendien zijn ze verplicht de identificatie van de winkelkarren te garanderen.

HOOFDSTUK IV - DE OPENBARE RUST

 

Artikel 85.

§1. Behoudens toelating van de Burgemeester, in het kader van private of publieke organisaties en met uitzondering van de terrassen van drankgelegenheden, is het verboden om alcoholische dranken te nuttigen op de openbare weg tussen 22.00 en 09.00.

§2. Onder alcoholische drank wordt verstaan elke drank ( gegist, geweekt, gedistilleerd of andere) bevattende ethylalcohol of ethanol.

 

Artikel 86.

Het hanteren, laden of lossen van materialen, toestellen of voorwerpen die lawaai kunnen voortbrengen, zoals platen, bladen, dozen, vaten of metalen of andere recipiënten, vallen onder de volgende principes :

1. deze voorwerpen dienen gedragen te worden en niet gesleept, geplaatst en niet geworpen;

2. als deze voorwerpen omwille van hun afmetingen of hun gewicht niet gedragen kunnen

dienen ze uitgerust te zijn van een voorziening waardoor ze geluidloos verplaatst kunnen

worden.

 

Artikel 87.

Behoudens toelating van de Burgemeester zijn volgende zaken verboden op de openbare weg :

1. Stem, - instrumentale of muzikale diffusie;

2. het gebruik van luidsprekers, versterkers of andere apparaten die geluidsgolven produceren reproduceren;

3. parades en kermismuziek.

Artikel 88.

Onverminderd de wetten, besluiten en reglementen betreffende de geluidshinder, mag de intensiteit van geluidsgolven geproduceerd in private eigendommen of in voertuigen die zich op de openbare weg bevinden, als ze hoorbaar zijn op de openbare weg, het niveau van het straatgeluid niet overschrijden. De overtredingen tegen onderhavige bepaling die aan boord van de voertuigen worden begaan, worden verondersteld door de bestuurder te zijn begaan.

Artikel 89.

§1. De alarmsystemen waarmee ofwel gebouwen of voertuigen uitgerust zijn, mogen in geen enkel geval door hun onophoudelijk afgaan de buurt storen.

Bij gebrek aan de verantwoordelijke die binnen de tien minuten een einde kan stellen aan deze hinder, zullen de politiediensten de nodige maatregelen nemen om een einde te stellen aan deze hinder, op kosten en risico van de overtreder.

Onder verantwoordelijke personen verstaat men :

- voor de voertuigen : de eigenaar of ieder rechthebbende

- voor de gebouwen : de eigenaar of de personen geviseerd door artikel 12 van dit

reglement.

§2. Het alarm wordt gedefinieerd als een apparaat dat waarschuwt wanneer er ingebroken wordt of wanneer er een indringer aanwezig is of rook geproduceerd wordt.

§3. Het is verboden gebruik te maken of over te gaan tot het plaatsen van elk afstotend dispositief, hetzij sonoor of ultrasoon, waarbij de propagatie van golven storen of een of meerdere personen , die zich bevinden op de openbare weg, of in een plaats of etablissement toegankelijk tot het publiek, of in de buurt ervan, zou kunnen storen.

 

Artikel 90.

Het is verboden aan deuren aan te bellen of te kloppen met als doel de bewoners te storen.

 

Artikel 91.

§1. De bepalingen van onderhavig artikel zijn van toepassing op de etablissementen die gewoonlijk voor het publiek toegankelijk zijn, ook al is het er slechts onder bepaalde voorwaarden toegelaten.

§2. Onverminderd de wettelijke bepalingen betreffende de strijd tegen geluidshinder, mag het voorgebracht geluid binnen de voor het publiek toegankelijke etablissementen, zowel overdag als 's nachts, het niveau van het straatlawaai niet overschrijden als het hoorbaar is op de openbare weg.

§3. Het is verboden voor uitbaters van voor het publiek toegankelijke etablissementen, café-, cabaret-, restauranthouders en uitbaters van danszalen en algemeen degenen die wijn, bier of andere dranken verkopen, hun etablissement te sluiten zolang er zich een of meer cliënten bevinden.

§4. De politie kan de voor het publiek toegankelijke etablissementen doen evacueren en sluiten als wanorde of lawaai wordt vastgesteld die de openbare rust of de rust van omwonenden kan storen. Als de wanorde of het lawaai blijft aanhouden, kan de Burgemeester iedere maatregel nemen die hij nuttig acht om een einde te stellen aan de storing , meer bepaald door de gedeeltelijke of volledige sluiting van het etablissement te bevelen gedurende de uren en voor de duur die hij bepaalt.

 

Artikel 92.

Het is verboden buiten de zones waar het door de Burgemeester toegelaten is, bezig te zijn met op afstand bestuurde modelvliegtuigen, - boten of - wagens. Het door deze apparaten voortgebrachte geluid mag in geen geval de openbare rust verstoren.

 

 

 

Artikel 93.

Elke vergadering, toegankelijk voor het publiek, die plaats heeft in een zaal met een minimumcapaciteit van honderdvijftig personen , moet minstens 8 dagen op voorhand aan de Burgemeester ter kennis worden gebracht.

 

Artikel 94.

Indien de openbare orde - voornamelijk de rust - rondom een etablissement dat toegankelijk is voor het publiek verstoord wordt, door gedragingen die voortkomen uit of rondom het etablissement, kan het College beslissen om het etablissement voor een bepaalde duur te sluiten, dit overeenkomstig de wetten, reglementen en ordonnanties die van toepassing zijn. In ieder geval en in geval van spoed, zal het College de uitbater(s) moeten verhoren en hun argumenten moeten horen.

De Burgemeester mag eveneens beslissen om een etablissement voor een maximum termijn van drie maanden te sluiten. Deze maatregel stopt met uitvoerende kracht te hebben van zodra deze beslissing niet wordt bevestigd door het College bij haar eerste bijeenkomst. In ieder geval, behalve bij spoed, moet de Burgemeester de uitbater(s) verhoren en hun argumenten horen.

HOOFDSTUK V - DE GROENE RUIMTEN

 

Artikel 95.

In de zin van onderhavig hoofdstuk verstaat men onder groene ruimten de openbare plantsoenen, parken, tuinen en alle stukken van de openbare ruimte buiten de rijbaan, die openstaan voor het verkeer van personen en in hoofdorde bestemd zijn voor wandelen of ontspanning.

 

Artikel 96.

Onderhavig hoofdstuk is van toepassing op alle gebruikers van de groene ruimten.

Het wordt aangeplakt op een of meer ingangen van groene ruimten.

 

Artikel 97.

De openingsuren van de groene ruimten zijn aangeplakt op een of meer ingangen.
De bevoegde overheid kan er indien nodig de sluiting van bevelen

 

Artikel 98.

Niemand mag zich toegang verschaffen tot groene ruimten buiten de openingsuren.

 

Artikel 99.

Behoudens voorafgaandelijke , schriftelijke toelating mag niemand binnen de groene ruimten:

1. over afsluitingen klimmen;

2. zich begeven op plaatsen waar de toegang is verboden;

3. voedsel achterlaten, neerleggen of op welke manier dan ook gooien dat bestemd is om zwerfdieren te voederen of duiven.

4. gebruik maken van de infrastruktuur voor andere doeleinden dan die waarvoor ze bestemd zijn;

5. een schuilhut inrichten in een groene ruimte, onder andere met het idee om er in te logeren;

6. hout sprokkelen of een vuur aansteken op plaatsen die hier niet voor voorzien zijn;

7. afval deponeren;

8. kinderen van minder dan 12 jaar zonder toezicht achterlaten ;

9. er eender wat verkopen, behoudens toelating van het College van Burgemeester en Schepenen.

10. reclameborden of -affiches te plaatsen of andere commerciële reclamemiddelen te gebruiken zonder toelating van de bevoegde overheid.

11.dieren vangen, doden,verwonden, of afschrikken alsook nesten of eieren te vernietigen van de vogels.

12..Kamperen in een tent of een voertuig zonder toelating.

 

Artikel 100.

De fysieke of morele personen die toestemming hebben gekregen om een, al dan niet permanent, activiteit te beoefenen in een groene ruimte, op zichzelf of door anderen, moeten de nodige schikkingen treffen om het eventuele afval te verwijderen. Behoudens toelating van het College van Burgemeesters en Schepenen mag dit afval niet worden opgeslagen in het park.

Artikel 101.

Behoudens door de bevoegde overheid afgegeven toelating mag geen enkel motorvoertuig in groene ruimten circuleren en parkeren.

 

Artikel 102.

Niet-gemotoriseerde voertuigen, fietsen, steps, skateboards en rolschaatsen zijn verboden in groene ruimten, met uitzondering van kinderwagens en rolstoelen voor minder-validen, alsook fietsen bestuurd door kinderen jonger dan 11 jaar en in de mate dat hun gedrag de veiligheid van de andere gebruikers niet in het gedrang brengt.

Fietsen, steps, skateboards en rolschaatsen mogen gebruikt worden op de daartoe bestemde plaatsen.

Artikel 103.

Dieren moeten met alle gepaste middelen vastgehouden worden, minstens met een korte leiband.

Dieren waarover men de hoede heeft, mogen hun uitwerpselen enkel in de speciaal daartoe ingerichte plaatsen achterlaten.

Artikel 104.

Het is verboden te vissen en te jagen zonder toelating.

 

Artikel 105.

Het is verboden de groene ruimten te vervuilen, op welke manier dan ook, door eigen toedoen of door toedoen van personen, dieren of zaken waarover men de hoede of toezicht heeft.

Het is verboden het ijs dat gevormd is op het water in groene ruimten, te vervuilen door er voorwerpen, dode of levende dieren op te werpen of substanties op te gieten.

Het is verboden te baden in het water van groene ruimten of er wat dan ook in te wassen of onder te dompelen.

 

Artikel 106.

Het is verboden knoppen en bloemen of planten te verwijderen.

Het is verboden bomen te verminken, schudden of ontschorsen; takken, bloemen of andere planten af te rukken of af te snijden; palen of andere voorwerpen voor de bescherming van aanplantingen uit te rukken; wegen en dreven te beschadigen; zich te begeven in bloemperken en -tapijten, ze te vernietigen of te beschadigen en in bomen te klimmen.

 

Artikel 107.

§1. De toegang tot grasperken is verboden voor alle personen en dieren voor zover dit verbod door specifieke panelen is aangeduid.

§2. De toegang tot de grasperken is toegestaan:

- hetzij voor personen en uitsluitend voor het wandelen,

- hetzij voor personen die er ook balspelen mogen doen, in die mate dat dit de veiligheid en/of de rust van de andere gebruikers niet in het gedrang brengt.

- hetzij om er aan boogschieten te doen. De organisatoren dienen alle nodige maatregelen te nemen om de veiligheid van de beoefenaars , de toeschouwers en de voorbijgangers te waarborgen.

§3. De toegang tot de grasperken gebeurt op verantwoordelijkheid van de gebruikers.

§4. Het College van Burgemeester en Schepenen kan op advies van de technische dienst van de groene ruimten afwijken van onderhavig artikel voor de organisatie van uitzonderlijke evenementen.

HOOFDSTUK VI - DIEREN

 

Artikel 108.

Het is verboden op de openbare weg :

1. eender welk dier te laten rondzwerven; rondzwervende dieren dienen geplaatst te worden

overeenkomstig artikel 9 van de wet van 14 augustus 1986 betreffende de bescherming en

het welzijn der dieren;

2. dieren achter te laten in een geparkeerd voertuig als dat een gevaar of ongemak kan

opleveren voor personen of voor de dieren zelf; deze bepaling is ook van toepassing in

openbare parkings ;

3. agressieve dieren of dieren die personen of andere dieren kunnen bijten, of dieren met

besmettelijke ziekten bij zich te hebben, als ze geen muilband dragen; deze bepaling is ook

van toepassing in voor het publiek toegankelijke plaatsen;

4. dieren bij zich te hebben waarvan het aantal, het gedrag of de gezondheidstoestand de

openbare veiligheid of gezondheid in het gedrang zouden kunnen brengen;

5. een hond op te winden om aan te vallen of agressief te worden, of hem voorbijgangers of

andere huisdieren te laten of doen aanvallen of achtervolgen, ook al brengt dat geen enkel

kwaad of schade teweeg.

 

Artikel 109.

Behoudens toelating is het africhten van een dier in de openbare ruimte verboden.

Deze bepaling is niet van toepassing op de africhting van dieren door politiediensten.

 

Artikel 110.

De dieren moeten met alle middelen beheerst en vastgehouden worden, en minstens met een korte leiband, op iedere plaats van de openbare weg , met inbegrip in galerijen en doorgangen op voor het publiek toegankelijk privé-gebied.

 

Artikel 111.

De eigenaars van dieren of de personen die, al is het maar occasioneel op de dieren letten, dienen erover te waken dat deze dieren :

- de omstanders op geen enkele manier storen;

- de aanplantingen of andere voorwerpen in de openbare ruimte niet beschadigen.

- geen last veroorzaken aan andere dieren.

 

Artikel 112.

Overeenkomstig artikel 5 van onderhavig reglement zijn de personen die een hond begeleiden, verplicht te zorgen voor de opruiming van de uitwerpselen van de hond op de openbare weg, met inbegrip van plantsoenen, parken, groene ruimten van lanen en openbare tuinen, met uitzondering van de speciaal daartoe ingerichte plaatsen.

Iedere persoon die een dier begeleidt op de openbare weg of binnen de groene ruimten moet voorzien zijn van het nodige materiaal dat noodzakelijk is voor het verwijderen van de uitwerpselen. Dit materiaal moet kunnen voorgelegd worden aan de politieagenten en de gemeenteambtenaren bij de eerste vraag ernaar.

Artikel 113.

Het is verboden op de openbare weg voertuigen en andere machines te doen bewaken door honden, ook al zijn deze vastgebonden of in het voertuig geplaatst.

 

Artikel 114.

Het is verboden een dier binnen te brengen, zelfs gehouden door een doeltreffend middel, in de voor het publiek toegankelijke etablissementen waartoe dat dier geen toegang heeft, hetzij op basis van een intern reglement dat aan de ingang uithangt, hetzij door borden of pictogrammen die dat duidelijk maken, dit alles onverminderd de wettelijke en reglementaire bepalingen betreffende de hygiëne van de lokalen en de personen in de voedingssector.

 

HOOFDSTUK VII - AMBULANTE HANDEL

 

Artikel 115.

Het College van Burgemeester en Schepenen bepaalt de staanplaatsen die voorbehouden zijn voor de uitoefening van ambulante handel.

Deze plaatsen mogen enkel bezet worden met de toelating van de burgemeester, volgens de door de gemeente vastgestelde procedure.

 

Artikel 116.

Personen die hun beroep uitoefenen op de overeenkomstig de bepalingen van voorgaand artikel ingenomen staanplaatsen, mogen er hun aanwezigheid niet aankondigen door geroepen of gesproken boodschappen of met andere middelen.

 

Artikel 117.

De handelaars die hun activiteit met behulp van een voertuig uitoefenen, mogen de openbare veiligheid en de vlotte doorgang, de openbare rust, netheid en gezondheid niet in het gedrang brengen.

Onverminderd artikel 33 van het koninklijk besluit van 1 december 1975 houdende algemene regeling van de politie op het wegverkeer mogen deze handelaars, om het cliënteel van hun komst te verwittigen, geen gebruik maken van geluidsmiddelen die de openbare rust kunnen verstoren.

 

Artikel 118.

§1. Het is verboden :

1. een kermis te organiseren of zich als foorkramer te vestigen op een voor het publiek

toegankelijk privaat terrein zonder toelating van de bevoegde overheid.

2. een kermisattractie te installeren of de installatie ervan op te slaan buiten de voorziene

plaatsen en data voor iedere kermis of foor, hetzij bij het overeenkomstig lastenboek ,

hetzij bij de bevoegde overheid, alsook in de gevallen dat deze laatste de intrekking van de

concessie of de toelating beveelt;

3. voor de uitbaters hun voertuigen elders te plaatsen dan op de door het bestuur

aangeduide plaatsen.

De kermisattracties en de voertuigen geplaatst in overtreding met onderhavige bepaling moeten verplaatst worden bij het eerste politiebevel. Bij ontstentenis zal het bestuur ertoe overgaan op kosten en risico van de overtreder.

§2.In geval van overtreding van onderhavig artikel kan het College van Burgemeester en Schepenen de administratieve schorsing of de administratieve intrekking van de toegekende vergunning bevelen.

HOOFDSTUK VIII - BESTRAFFING VAN BURGERRECHTELIJKE BESCHIKKINGEN

 

Artikel 119.

Iedere verhuurder of diens gevolmachtigde die in iedere openbare of officiële aankondiging betreffende de verhuring van een goed dat bestemd is voor bewoning in de ruime zin van het woord, de gevraagde huurprijs of het bedrag van de gemeenschappelijke lasten niet vermeld heeft, kan overeenkomstig artikel 1716 van het Burgerlijk Wetboek, gestraft worden met een administratieve boete van 50 tot 200 euro.

HOOFDSTUK IX - GEMENGDE INBREUKEN EN PARKEEROVERTREDINGEN.

 

Afdeling 1.

Gemenge inbreuken

Artikel 120.

Onder gemengde inbreuk verstaat men elke inbreuk die zowel administratief - of strafrechtelijk kan vervolgd worden.

Artikel 121.

Overeenkomstig artikel 3 van de wet betreffende de gemeentelijke administratieve sancties van 24 juni 2013, voorziet de gemeenteraad een administratieve sanctie voor de inbreuken voorzien in het strafwetboek, en in het bijzonder de volgende artikels :

  • Artikel 448: Hij die hetzij door daden, hetzij door geschriften, prenten of zinnebeelden iemand beledigt in een van de omstandigheden in artikel 444 bepaald, wordt gestraft met gevangenisstraf van acht dagen tot twee maanden en met geldboete van zesentwintig [euro] tot vijfhonderd [euro] of met een van die straffen alleen. Met dezelfde straffen wordt gestraft hij die, in een van de omstandigheden in artikel 444 bepaald, iemand die drager is van het openbaar gezag of van de openbare macht of die met een openbare hoedanigheid is bekleed, door woorden beledigt in zijn hoedanigheid of wegens zijn bediening.
  • Artikel 521 al 3:De in het tweede lid bedoelde straf is toepasselijk in geval van gehele of gedeeltelijke vernieling of van onbruikbaarmaking, met het oogmerk om te schaden, van rijtuigen, wagons en motorvoertuigen.
  • Artikel 526:Met gevangenisstraf van acht dagen tot een jaar en met geldboete van zesentwintig [euro] tot vijfhonderd [euro] wordt gestraft hij die vernielt, neerhaalt, verminkt of beschadigt :

- Grafstenen, gedenktekens of grafstenen

- Monumenten, standbeelden of andere voorwerpen die tot algemeen nut of tot openbare versiering bestemd zijn en door de bevoegde overheid of met haar machtiging zijn opgericht;

- Monumenten, standbeelden, schilderijen of welke kunstvoorwerpen ook, die in kerken, tempels of andere openbare gebouwen zijn geplaatst.

  • Artikel 534 bis:§ 1. Met gevangenisstraf van één maand tot zes maanden en met geldboete van zesentwintig euro tot tweehonderd euro of met een van die straffen alleen wordt gestraft hij die zonder toestemming graffiti aanbrengt op roerende of onroerende goederen.
    § 2. Het maximum van de gevangenisstraf wordt gebracht op één jaar gevangenisstraf bij herhaling van een in de eerste paragraaf bedoeld misdrijf binnen vijf jaar te rekenen van de dag van de uitspraak van een vorig veroordelend vonnis dat in kracht van gewijsde is gegaan
  • Artikel 534 ter:Met gevangenisstraf van een maand tot zes maanden en met geldboete van zesentwintig euro tot tweehonderd euro of met een van die straffen alleen wordt gestraft hij die opzettelijk andermans onroerende eigendommen beschadigt.
  • Artikel 537: Hij die kwaadwillig een of meer bomen omhakt of zodanig snijdt, verminkt of ontschorst dat zij vergaan, of een of meer enten vernielt, wordt gestraft :

- Voor elke boom, met gevangenisstraf van acht dagen tot drie maanden en met geldboete van zesentwintig [euro] tot honderd [euro];

- Voor elke ent, met gevangenisstraf van acht dagen tot vijftien dagen en met geldboete van zesentwintig [euro] tot vijftig [euro] of met een van die straffen alleen.

- In geen geval mag de gezamenlijke straf hoger zijn dan drie jaar wat de gevangenisstraf en vijfhonderd [euro] wat de geldboete betreft.

  • Artikel 545:Met gevangenisstraf van acht dagen tot zes maanden en met geldboete van zesentwintig [euro] tot tweehonderd [euro] of met een van die straffen alleen wordt gestraft hij die geheel of ten dele grachten dempt, levende of dode hagen afhakt of uitrukt, landelijke of stedelijke afsluitingen, uit welke materialen ook gemaakt, vernielt; grenspalen, hoekbomen of andere bomen, geplant of erkend om de grenzen tussen verschillende erven te bepalen, verplaatst of verwijdert.
  • Artikel 559:Met geldboete van tien [euro] tot twintig [euro] worden gestraft :
    1° Zij die, buiten de gevallen omschreven in boek II, titel IX, hoofdstuk III, van dit wetboek, andermans roerende eigendommen opzettelijk beschadigen of vernielen;
  • Artikel 561:Met geldboete van tien [euro] tot twintig [euro] en met gevangenisstraf van een dag tot vijf dagen of met een van die straffen alleen worden gestraft :
    1° Zij die zich schuldig maken aan nachtgerucht of nachtrumoer waardoor de rust van de inwoners kan worden verstoord;
  • Artikel 563:Met geldboete van vijftien [euro] tot vijfentwintig [euro] en met gevangenisstraf van een dag tot zeven dagen of met een van die straffen alleen worden gestraft;

2° Zij die stedelijke of landelijke afsluitingen, uit welke materialen ook gemaakt, opzettelijk beschadigen;

3° Daders van feitelijkheden of lichte gewelddaden, mits zij niemand gewond of geslagen hebben en mits de feitelijkheden niet tot de klasse van de beledigingen behoren; in het bijzonder zij die opzettelijk, doch zonder het oogmerk om te beledigen, enig voorwerp op iemand werpen dat hem kan hinderen of bevuilen;

  • Artikel 563 bis: Met geldboete van vijftien euro tot vijfentwintig euro en met gevangenisstraf van een dag tot zeven dagen of met een van deze straffen alleen worden gestraft, zij die zich, behoudens andersluidende wetsbepalingen, in de voor het publiek toegankelijke plaatsen begeven met het gezicht geheel of gedeeltelijk bedekt of verborgen, zodat zij niet herkenbaar zijn.

Het eerste lid geldt echter niet voor hen die zich in de voor het publiek toegankelijke plaatsen begeven met het gezicht geheel of gedeeltelijk bedekt of verborgen, zodat zij niet herkenbaar zijn, en wel krachtens arbeidsreglementen of een politieverordening naar aanleiding van feestactiviteiten"

 

Afdeling 2.

Artikel 122.

Er wordt een gemeentelijke administratieve sanctie voorzien voor parkeerovertredingen en dit volgens de modaliteiten die voorzien worden door de Koning.

HOOFDSTUK IX - PROCEDURES

 

Artikel 123.

Onderstaand hoofdstuk baseert zich op de wet van 24 juni 2013 betreffende de gemeentelijke administratieve sancties en op de verschillende Koninklijke besluiten waar zij naar refereert.

Afdeling 1.

Procedure van gewone administratieve sancties

Artikel 124.

Volgende gemeentelijke administratieve sancties zijn voorzien :

  • een administratieve geldboete die maximaal 175 of 350 euro bedraagt, naargelang de overtreder minderjarig of meerderjarig is;
  • de administratieve schorsing van een door de gemeente verleende toestemming of vergunning;
  • de administratieve intrekking van een door de gemeente verleende toestemming of vergunning;
  • de tijdelijke of definitieve administratieve sluiting van een inrichting.

Artikel 125.

De administratieve boete wordt opgelegd door de sanctionerend ambtenaar van de gemeente.

Artikel 126.

De andere administratieve sancties worden opgelegd door het college van burgemeester en schepenen. Zij kunnen slechts worden opgelegd nadat de overtreder een voorafgaande verwittiging heeft gekregen, deze moet ten laatste 1 maand voor het nemen van de beslissing tot sanctie verstuurd zijn.

 

Artikel 127.

Iedere inbreuk op het algemeen politiereglement kan worden vastgesteld door een agent van politie of een politieambtenaar. De vaststelling van de inbreuk wordt binnen de kortste termijn en ten laatste één maand na de vaststelling van de feiten overgemaakt aan de sanctionerend ambtenaar, behalve voor de bepalingen voorzien in de afdelingen twee en vijf van onderhavig hoofdstuk.

Artikel 128.

Iedere inbreuk die opgenomen is in de hoofdstukken 1 tot en met 8, eveneens als in hoofdstuk 9, afdeling 5 van onderhavig reglement mag het onderwerp uitmaken van een vaststelling door gemeenteambtenaren die beantwoorden aan de voorwaarden die opgelegd worden door de Koning en die aangeduid zijn door de gemeenteraad.

In geval van vaststellingen van inbreuken die kunnen leiden tot een administratieve sanctie, waarvan ze rechtstreeks getuige zijn en binnen het strikte kader van de hun toegekende bevoegdheden, kunnen de gemeenteambtenaren, de voorlegging vragen van een identiteitsbewijs om de juiste identiteit van de overtreder te bepalen. Zij geven het identiteitsbewijs nadien onmiddellijk terug aan de betrokkene.

De vaststelling van de inbreuk wordt binnen de kortste termijn en ten laatste twee maanden na de vaststelling van de feiten overgemaakt aan de sanctionerend ambtenaar

Artikel 129.

Wanneer de sanctionerend ambtenaar beslist dat de administratieve procedure opgestart dient te worden, deelt hij het volgende, per aangetekende brief, mee aan de overtreder :
- de feiten en hun kwalificatie;
- dat de overtreder de mogelijkheid heeft om bij aangetekende brief zijn verweermiddelen uiteen te zetten, binnen een termijn van vijftien dagen na de datum van kennisgeving, en dat hij, bij die gelegenheid, het recht heeft om aan de sanctionerend ambtenaar te vragen zijn verweer mondeling uiteen te zetten;
- dat de overtreder het recht heeft om zich te laten bijstaan of vertegenwoordigen door een raadsman;
- dat de overtreder het recht heeft om zijn dossier te raadplegen;
- een kopie van het proces-verbaal of de vaststelling.

Artikel 130.

De sanctionerend ambtenaar bepaalt de dag waarop de overtreder wordt uitgenodigd om zijn mondeling verweer uiteen te zetten.

Indien de sanctionerend ambtenaar van oordeel is dat een administratieve geldboete moet worden opgelegd die niet hoger is dan 70 euro, heeft de overtreder niet het recht om te vragen zijn verweer mondeling uiteen te zetten.

Artikel 131.

De beslissing van de sanctionerend ambtenaar wordt binnen een termijn van zes maanden genomen en wordt ter kennis gebracht van de betrokkenen.

Deze termijn van zes maanden neemt aanvang vanaf de dag van de vaststelling van de feiten.

Artikel 132.

Na het verstrijken van de in artikel 129, punt 2, bedoelde termijn of vóór het verstrijken van deze termijn, wanneer de overtreder te kennen geeft de feiten niet te betwisten of, desgevallend, na mondeling of schriftelijk verweer door de overtreder of zijn raadsman, kan de sanctionerend ambtenaar de administratieve geldboete opleggen.
De sanctionerend ambtenaar brengt zijn beslissing ter kennis van de overtreder per aangetekende brief en, in geval van de in het hoofdstuk 9 opgenomen inbreuken, brengt hij deze ook ter kennis van de procureur des Konings.
De beslissing van de sanctionerend ambtenaar wordt eveneens per aangetekende brief ter kennis gebracht van de minderjarige en zijn vader en moeder, zijn voogden of personen die er de hoede over hebben.
In de kennisgeving wordt tevens de informatie opgenomen bedoeld in artikelen 9, § 1, 10 en 12 van de wet van 8 december 1992 tot bescherming van de persoonlijke levenssfeer ten opzichte van de verwerking van de persoonsgegevens.

Artikel 133.

De sanctionerend ambtenaar zendt een kopie van het proces-verbaal of van de vaststelling evenals een kopie van zijn beslissing over aan elke partij die hierbij een rechtmatig belang heeft en die hem voorafgaand een schriftelijk en met redenen omkleed verzoek heeft overgezonden.

Artikel 134.

De beslissing tot het opleggen van een administratieve geldboete heeft uitvoerbare kracht na het verstrijken van één maand vanaf de dag van de kennisgeving, behoudens wanneer hoger beroep wordt aangetekend zoals beschreven in volgend artikel.

Artikel 135.

De gemeente of de overtreder, in geval van een administratieve geldboete, kan een beroep instellen bij geschreven verzoekschrift bij de politierechtbank, volgens de burgerlijke procedure, binnen een maand na kennisgeving van de beslissing.

 

Afdeling 2.

Procedure van administratieve sancties in geval van gemengde inbreuk

Artikel 136.

In afwijking van voorgaand hoofdstuk, indien een overtreding zowel strafrechtelijk of administratiefrechtelijk kan bestraft worden, zijn de bepalingen van artikel 3 van de wet van 24 juni 2013 betreffende de gemeentelijke administratieve sancties van strikte toepassing.

Artikel 137.

Bij gebrek aan een protocolakkoord en voor de inbreuken bedoeld in artikel 448 ( beledigingen ) en 521 ( geheel of gedeeltelijk vernielen of ongebruikmaking van voertuigen ) van het Strafwetboek, kan de sanctionerend ambtenaar enkel een administratieve geldboete opleggen of een alternatieve maatregel voorstellen voor zover de procureur des Konings, binnen een termijn van twee maanden, laat weten dat hij dit opportuun acht en dat hijzelf geen gevolg aan de feiten zal geven.

 

Artikel 138.

Bij gebrek aan een protocoakkoord en voor de inbreuken bedoel in artikel 526 ( vernieling of beschadiging van grafstenen, standbeelden of kunstvoorwerpen), 534bis ( graffiti), 534ter (beschadiging van andermans onroerend goed), 537 ( vernieling van bomen en enten), 545 ( vernieling van afsluitingen, grenspalen, hoekbomen), 559 1° ( vrijwillige beschadiging of vernieling van roerende eigendommen), 561 1° ( nachtlawaai ), 563 2° ( vrijwillige beschadiging van afsluitingen), 563 3° ( feitelijkheden of lichte gewelddaden) of 563 bis ( het aangezicht geheel of gedeeltelijk bedekken of verborgen houden in publiek toegankelijke plaatsen ) van het Strafwetboek, beschikt de Procureur des Konings over een termijn van 2 maanden, te rekenen vanaf de dag van ontvangst van het origineel proces-verbaal, om de sanctionerend ambtenaar in te lichten dat een opsporingsonderzoek of een gerechtelijk onderzoek werd opgestart, vervolging werd ingesteld, dan wel dat hij oordeelt het dossier te moeten seponeren bij gebrek aan toereikende bezwaren. Deze mededeling doet de mogelijkheid vervallen voor de sanctionerend ambtenaar om een administratieve geldboete op te leggen. De sanctionerend ambtenaar kan geen administratieve geldboete opleggen of een alternatieve maatregel hiervoor voorstellen voor het verstrijken van deze termijn. Na het verstrijken ervan, kunnen de feiten enkel nog administratiefrechtelijk worden bestraft. De sanctionerend ambtenaar kan evenwel een administratieve geldboete opleggen of een alternatieve maatregel hiervoor voorstellen vooraleer deze termijn is verstreken indien de Procureur des Konings voor het verstrijken ervan heeft laten weten dat, zonder het materiaal element van de inbreuk in twijfel te trekken, hij geen gevolg aan de feiten zal geven.

Artikel 139.

Indien er een protocolakkoord gesloten werd met de Procureur des Konings en geratifieerd door de gemeenteraad, dan zal deze gehecht worden aan het algemeen politiereglement en zullen de modaliteiten van deze laatste van toepassing zijn.

 

Afdeling 3.

Procedure van alternatieve maatregelen.

Artikel 140.

Voor de inbreuken die verschillen van de inbreuken betreffende het hinderlijk parkeren zoals voorzien in artikel 122 en indien de sanctionerend ambtenaar het opportuun acht, kan men voorzien in de volgende alternatieve maatregelen in de plaats van een boete :

1. Een lokale bemiddeling die wordt gevoerd door ofwel een bemiddelaar die beantwoordt aan de minimale voorwaarden die door de Koning worden bepaald of door een gespecialiseerde en door de gemeente erkende bemiddelingsdienst, overeenkomstig de door de Koning bepaalde voorwaarden en nadere regels. De bemiddeling kan alleen maar plaats hebben mits het akkoord van de overtreder en mits er een geïdentificeerd slachtoffer is.

2. De gemeenschapsdienst gekadreerd door een persoon die werd aangeduid door het College van burgemeester en schepenen van de gemeente of een moreel persoon die door deze laatste werd aangeduid. Deze maatregel mag geen 30 uren overschrijden en zal moeten gepresteerd worden binnen de 6 maanden na de betekeningsdatum van de beslissing van de sactionerend ambtenaar. Ze bestaat uit :

  • een vorming
  • een onbetaalde prestatie onder toezicht van de gemeente of van een door de gemeente aangewezen bevoegde rechtspersoon en uitgevoerd ten behoeve van een gemeentedienst of een publiekrechtelijke rechtspersoon, een stichting of een vereniging zonder winstgevend oogmerk die door de gemeente wordt aangewezen.

Artikel 141.

.Wanneer de sanctionerend ambtenaar het welslagen van de bemiddeling vaststelt, kan hij geen administratieve geldboete meer opleggen.
In geval van weigering van het aanbod of falen van de bemiddeling, kan de sanctionerend ambtenaar ofwel een gemeenschapsdienst voorstellen, ofwel een administratieve geldboete opleggen.

Afdeling 4.

Procedure in geval van een inbreuk gepleegd door een minderjarige.

 

Artikel 142.

De minderjarige die de volle leeftijd van zestien jaar heeft bereikt op het ogenblik van de feiten, kan het voorwerp uitmaken van een administratieve geldboete, zelfs wanneer deze persoon op het ogenblik van de beoordeling van de feiten meerderjarig is geworden. De ouders, voogd of personen die de minderjarige onder hun hoede hebben, zijn burgerlijk aansprakelijk voor de betaling van de administratieve geldboete. In dit geval, wordt een kopie van elke correspondentie aan de minderjarige toegestuurd naar de ouders, voogd of iedere persoon die de minderjarige onder hun hoede heeft.

Artikel 143.

Wanneer de sanctionerend ambtenaar beslist om de administratieve procedure in gang te zetten, brengt deze de stafhouder van de orde van advocaten hiervan op de hoogte, deze duidt uiterlijk binnen de 2 werkdagen een advocaat aan, zodat ervoor gezorgd wordt dat de betrokkene bijgestaan kan worden. Een kopie van deze kennisgeving wordt bij het dossier gevoegd.

Artikel 144.

Een aanbod tot lokale bemiddeling is verplicht en de ouders, voogd of personen die de minderjarige onder hun hoede hebben, kunnen op hun verzoek de minderjarige begeleiden tijdens de bemiddeling. Indien de sanctionerend ambtenaar het welslagen van de bemiddeling vaststelt, kan hij geen administratieve geldboete meer opleggen.

 

Artikel 145.

In geval van weigering van het aanbod of falen van de bemiddeling, kan de sanctionerend ambtenaar ofwel een gemeenschapsdienst opleggen ( van een duurtijd van maximum 15u ) ofwel een administratieve geldboete.

Artikel 146.

Een procedure van ouderlijke betrokkenheid kan worden voorzien voorafgaand aan het aanbod tot bemiddeling, tot gemeenschapsdienst of, desgevallend, de oplegging van een administratieve geldboete.

In het kader van deze procedure, informeert de sanctionerend ambtenaar per aangetekende brief de ouders, voogd, of personen die de hoede hebben over de minderjarige, over de vastgestelde feiten en verzoekt hen om, onmiddellijk na het ontvangen van het proces-verbaal of de vaststelling, om hun mondelinge of schriftelijke opmerkingen mee te delen over deze feiten en de eventueel te nemen opvoedkundige maatregelen. Hij kan hiertoe een ontmoeting vragen met de ouders, de voogd of de personen die de minderjarige onder hun hoede hebben en de minderjarige.

Na de opmerkingen te hebben ingewonnen en/of de minderjarige overtreder te hebben ontmoet, evenals zijn ouders, de voogd of de personen die de minderjarige onder hun hoede hebben en indien hij tevreden is over de educatieve maatregelen die door deze laatsten werden voorgesteld, kan de sanctionerend ambtenaar hetzij de zaak in dit stadium van de procedure afsluiten, hetzij de administratieve procedure afsluiten.

Afdeling 5.

Procedure van administratieve boetes inzake hinderlijk parkeren.

Artikel 147.

Een administratieve boete is voorzien voor de inbreuken op het Koninklijk Besluit van 1 december 1975 aangaande de wegcode en meer bepaald de inbreuken die gedefinieerd worden door de Koning en volgens de modaliteiten die door deze laatste worden opgelegd.

Artikel 148.

Er wordt een onmiddellijke inning van de boete voorzien voor de personen die niet gedomicilieerd zijn of geen vaste residentie hebben in België en die een inbreuk plegen op artikel 147.

Artikel 149.

De sanctionerend ambtenaar deelt binnen de vijftien dagen na ontvangst van de vaststelling van de inbreuk, bij gewone zending, aan de overtreder de gegevens mee met betrekking tot de vastgestelde feiten en de begane inbreuk, alsmede het bedrag van de administratieve geldboete.

Artikel 150.

De administratieve boete wordt betaald door de overtreder binnen dertig dagen na de kennisgeving ervan, tenzij de overtreder binnen deze termijn zijn verweermiddelen bij gewone zending laat geworden aan de sanctionerend ambtenaar.

Artikel 151.

De overtreder kan binnen deze termijn op zijn verzoek worden gehoord wanneer het bedrag van de administratieve geldboete hoger ligt dan 70 euro.
Verklaart de sanctionerend ambtenaar de verweermiddelen niet gegrond, dan brengt hij de overtreder hiervan op een met redenen omklede wijze op de hoogte met verwijzing naar de te betalen administratieve geldboete die binnen een nieuwe termijn van dertig dagen na deze kennisgeving moet worden betaald.
Wordt de administratieve geldboete niet betaald binnen de eerste termijn van dertig dagen, dan wordt, behoudens in geval van verweermiddelen, een herinnering verstuurd met uitnodiging tot betaling binnen een nieuwe termijn van dertig dagen te rekenen vanaf de kennisgeving van die herinnering.

HOOFDSTUK XI - SLOTBEPALINGEN.

 

Artikel 152.

Onderhavig reglement treedt in werking vanaf 1 april 2014.

Beraadslaagd, in openbare vergadering, te Evere op 27/02/2014