Belasting op de tweede verblijven

Belasting op de tweede verblijven.

Dienstjaren 2012 - 2016

DE RAAD, vergaderd in openbare zitting;
  • Gelet op zijn beraadslaging dd. 18 december 2006, houdende vestiging voor de dienstjaren 2007 tot 2011 van een belastingreglement op de tweede verblijven, goedgekeurd bij brief dd. 14 februari 2007 van het Ministerie van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest;
  • Gelet op de gemeentefinanciën ;
  • Gelet op artikel 117 van de nieuwe gemeentewet;
  • Gezien de geldende wettelijke en reglementaire bepalingen inzake de vestiging en invordering van de gemeentebelastingen;
  • Gelet op artikel 6 § 2 van de ordonnantie van 14 mei 1998, houdende regeling van het administratieve toezicht op de gemeenten van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest en op artikel 1 van het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 16 juli 1998 betreffende de overlegging aan de regering van de akten van de gemeenteoverheden met het oog op de uitoefening van het administratieve toezicht;
  • Gelet op de noodzakelijkheid om rekening te houden met de inflatie door de aanslagvoeten te indexeren;
  • Op voorstel van het College van Burgemeester en Schepenen;
BESLUIT : met 20 stemmen voor en 5 onthoudingen.

 

 

Artikel 1 :

Volgend belastingreglement goed te keuren : belasting op de tweede verblijven

 

I.      DUUR EN GRONDSLAG VAN DE BELASTING

Artikel 1 :

Er wordt voor de dienstjaren 2012 tot 2016 een belasting op de tweede verblijven ingesteld.

 

Artikel 2 :

Onder tweede verblijf dient men te verstaan iedere private woning, verschillend van deze bestemd als hoofdverblijf en waarover de gebruikers te allen tijde kunnen beschikken, zij het in de hoedanigheid van eigenaar, huurder of als kosteloze gebruiker.

 

Wordt geacht te beschikken over een tweede verblijf de persoon die het gedurende het aanslagjaar kan betrekken, zelfs indien dit met tussenpozen gebeurt.

II.      BELASTINGTARIEF

Artikel 3 :

Het bedrag van de belasting is vastgesteld op 678 €  per jaar en per verblijf. Indien de beschikking over de tweede verblijfplaats over minder dan 10 maanden per jaar loopt, wordt de belasting berekend aan een ratio van 68 € per maand bezetting. De gedeelten van een maand worden voor een volle maand gerekend.

 

Artikel 4 :

Wanneer de woonst, die het onderwerp uitmaakt van een huurovereenkomst, als niet-hoofdverblijfplaats betrokken wordt door een student, wordt de belasting verminderd tot 85 €  per jaar. Deze belasting is voor het hele jaar verschuldigd, welke ook de datum zij waarop het tweede verblijf voor studenten geregistreerd of aangegeven werd.

 

Om van deze vermindering te kunnen genieten, dient de student een schoolgetuigschrift in te dienen, waarin wordt vastgesteld dat hij regelmatig tijdens het belastingjaar een onderwijs met volledig leerplan volgt.

 

Wanneer de huurder zijn hoedanigheid van student verliest tijdens het belastingjaar, blijft de belastingbeperking hem voorbehouden voor de rest van het dienstjaar.

 

III.      BELASTINGPLICHTIGEN

Artikel 5 :

Zijn de belasting verschuldigd, de personen die niet ingeschreven zijn in de bevolkingsregisters van Evere als hebbende er hun woonplaats of hoofdverblijf en die bovendien aan één of meerdere onderstaande voorwaarden voldoen :

 

1.    Eigenaar zijn te Evere van gelijk welke private woning en zich het gebruik ervan voorbehouden bij wijze van een tweede verblijf of van een optrekje.

2.    Te Evere een woning te hebben gehuurd, als tweede verblijf of optrekje.

3.    Te Evere een handelsbedrijvigheid of een vrij beroep uitoefenen en er over een private woning beschikken buiten de lokalen bestemd tot de uitoefening van deze beroepsbezigheid.

 

IV.      VRIJSTELLING

Artikel 6 :

Zijn vrijgesteld van de betaling van de belasting :

- de personen die, krachtens een internationale overeenkomst, vrijgesteld zijn van inschrijving in het bevolkingsregister van Evere. Voor zover hun hoofdverblijfplaats in de gemeente gevestigd is, worden ze gelijkgesteld met de in de registers ingeschreven personen.

- de personen die, omwille van gezondheidsredenen, geen andere keuze hebben dan een goed te bewonen naast hun hoofdverblijfplaats.

Het College van Burgemeester en Schepenen behoudt zich het recht voor om alle noodzakelijke bewijzen te vragen die recht geven op deze vrijstelling

 

V.      WIJZE VAN BETALING


Artikel 7 :

a)       Aangifte

De belastingplichtigen dienen binnen de tien dagen een aangifte in te dienen bij het gemeentebestuur op een hun ter beschikking gesteld formulier.

Deze verklaring blijft geldig tot uitdrukkelijke opzegging van de belastingplichtige. Het bewijs van opzegging is ten laste de belastingplichtige.

Deze laatste is ertoe gehouden om, op aanvraag, alle nodige documenten en inlichtingen, die toelaten om zijn verklaring na te gaan, mede te delen aan het gemeentebestuur.

 

b)      Inkohiering

De belastingplichtige zal een aanslagbiljet ontvangen, overeenkomstig 4 van de wet van 24 december 1996.

 

c)      Betaling

De belasting is betaalbaar binnen de twee maanden van ontvangst van het aanslagbiljet

 

De invordering van de belasting wordt verder gezet volgens de door de wet inzake de invordering van de Rijksbelastingen op de inkomsten vastgestelde bepalingen.

 

Bij niet-betaling binnen de twee maanden,  zijn de bepalingen betreffende de verwijlinteresten inzake de Rijksbelastingen op de inkomsten van toepassing.

 

Artikel 8 :

Bij gebrek van dergelijke aangifte, of ingeval van fraude of wanneer de aangifte onjuist of onvolledig is ingevuld, zal de belasting van ambtswege ingekohierd worden. Alvorens tot ambtshalve belasting over te gaan, zullen de motieven voor deze procedure, de elementen van de belasting en het bedrag medegedeeld worden aan de belastingplichtige per aangetekend schrijven bij de post.

 

 

In geval van ambtshalve inkohiering, zal de belasting verhoogd worden met de helft van het verschuldigde bedrag. Het bedrag van deze verhoging wordt eveneens ingekohierd.

VI.      GESCHILLEN

Artikel 9 :

De belastingplichtige kan een bezwaarschrift indienen bij het College van Burgemeester en Schepenen, dat als administratieve overheid optreedt.

 

Dat bezwaar moet op straffe van verval worden ingediend binnen een termijn van zes maanden vanaf de datum van de verzending van het aanslagbiljet met vermelding van de duur van het bezwaar.

 

Bovendien moet het op straffe van nietigheid schriftelijk worden ingediend. Het moet met reden omkleed zijn. Het is gedateerd en ondertekend door de eiser of zijn vertegenwoordiger en vermeldt de volgende gegevens :

1.       de naam, de hoedanigheid, het adres of de zetel van de belastingplichtige ten laste van wie de belasting wordt gevestigd.

2.       het voorwerp van het bezwaarschrift en een opgave van de feiten en middelen.

 

De indiening van een bezwaarschrift is geen vrijstelling van de betaling van de belasting.

 

VII.      TOEZICHTHOUDENDE OVERHEID

 


Artikel 2 :

Deze beraadslaging zal in tweevoud worden overgemaakt aan de toezichthoudende overheid met het oog op de uitoefening van het algemene toezicht.

 


dienst Financiën

Hoedemaekerssquare 10
1140 Evere

Tel : 02.247.62.74
financien@evere.irisnet.be

dienst Stedenbouw

Hoedemaekerssquare 10
1140 Evere

Tel : 02/247.62.34
stedenbouw@evere.irisnet.be

Openingsuren

Het Gemeentehuis is toegankelijk voor het publiek van maandag tot vrijdag, van 8u tot 12u45.

Voor uw gemak kan U ook bij ons terecht op dinsdagavond, van 17u tot 19u45.