Belasting op de uitzenders van electromagnetische golven tussen 10 MHz en 10 Ghz

DE RAAD, vergaderd in openbare zitting;
  • Gelet op de gemeentelijke financiën;
  • Gelet op artikel 117 van de nieuwe gemeentewet;
  • Gezien de geldende wettelijke en reglementaire bepalingen inzake de vestiging en invordering van de gemeentebelastingen;
  • Gelet op artikel 6 § 2 van de ordonnantie van 14 mei 1998 houdende regeling van het administratieve toezicht op de gemeenten van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest en op artikel 1 van het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 16 juli 1998 betreffende de overlegging aan de regering van de akten van de gemeenteoverheden met het oog op de uitoefening van het administratieve toezicht;
Op voorstel van het College van Burgemeester en Schepenen BESLUIT:

Artikel 1

Volgend belastingreglement goed te keuren : Belasting op de uitzenders van electromagnetische golven tussen 10 MHz en 10 Ghz - Dienstjaren 2009 - 2013.

I. DUUR EN GRONDSLAG VAN DE BELASTING

Artikel 1

Er wordt, voor de dienstjaren 2009 tot 2013 vanaf 1 januari 2009, een jaarlijkse belasting geheven op de antennes die electromagnetische golven tussen 10 MHz et 10 GHz uitzenden en die op het grondgebied van de gemeente staan op 1 januari van het aanslagjaar.

Onder antenne moet worden verstaan elke antenne aan een uitzendpunt, mast, paal die ofwel
afgezonderd, ofwel in of op de gebouwen staat.

II. AANSLAGVOET

Artikel 2

De belasting is vastgelegd op 3.250,00 € per antenne en per jaar.

III. BELASTINGPLICHTIGE

Artikel 3

De belasting is verschuldigd door elke fysieke of morele persoon die houder is van een rëeel recht of een recht om een antenne uit te baten. In geval van onverdeelde eigendom of uitbating van eenzelfde antenne door meerdere fysieke of morele personen, is de belasting gemeenschappelijk verschuldigd door alle eigenaars of houders van een rëeel recht of een uitbatingsrecht.


In geval van overdracht van het rëeel recht of het uitbatingsrecht, zal de hoedanigheid van de belastingsplichtige op 1 januari van het aanslagjaar bepaald worden door de datum van het authentieke akte die de overdracht van het rëeel recht vaststelt, of door de datum van de overdracht van het recht tot uitbaten.

IV. WIJZE VAN BETALING

Artikel 4

a) Aangifte

De belastingplichtigen dienen binnen de tien dagen een aangifte in te dienen bij het gemeentebestuur op een hun ter beschikking gesteld formulier.
Deze verklaring blijft geldig tot uitdrukkelijke opzegging van de belastingplichtige. Het bewijs van opzegging is ten laste van de belastingplichtige.
Deze laatste is ertoe gehouden om, op aanvraag, alle nodige documenten en inlichtingen, die toelaten om zijn verklaring na te gaan, mede te delen aan het gemeentebestuur.

b) Inkohiering

De belastingplichtige zal een aanslagbiljet ontvangen, overeenkomstig artikel 4 van de wet van
24 december 1996.

c) Betaling

De belasting is betaalbaar binnen de twee maanden van ontvangst van het aanslagbiljet

De invordering van de belasting wordt verder gezet volgens de door de wet inzake de invordering van de Rijksbelastingen op de inkomsten vastgestelde bepalingen.

Bij niet-betaling binnen de twee maanden, zijn de bepalingen betreffende de verwijlinteresten inzake de Rijksbelastingen op de inkomsten van toepassing.

Artikel 5

Bij gebrek van dergelijke aangifte, of ingeval van fraude of wanneer de aangifte onjuist of onvolledig is ingevuld, zal de belasting van ambtswege ingekohierd worden. Alvorens tot ambtshalve belasting over te gaan, zullen de motieven voor deze procedure, de elementen van de belasting en het bedrag medegedeeld worden aan de belastingplichtige per aangetekend schrijven bij de post.

In geval van ambtshalve inkohiering, zal de belasting verhoogd worden met de helft van het verschuldigd bedrag. Het bedrag van deze verhoging wordt eveneens ingekohierd.

V. GESCHILLEN

Artikel 6

De belastingplichtige kan een bezwaarschrift indienen bij het College van Burgemeester en Schepenen, dat als administratieve overheid optreedt.

Dat bezwaar moet op straffe van verval worden ingediend binnen een termijn van zes maanden vanaf de datum van de verzending van het aanslagbiljet met vermelding van de duur van het bezwaar.
Bovendien moet het op straffe van nietigheid schriftelijk worden ingediend. Het moet met reden omkleed zijn. Het is gedateerd en ondertekend door de eiser of zijn vertegenwoordiger en vermeldt de volgende gegevens :

  1. de naam, de hoedanigheid, het adres of de zetel van de belastingplichtige ten laste van wie de belasting wordt gevestigd.
  2. het voorwerp van het bezwaarschrift en een opgave van de feiten en middelen.

De indiening van een bezwaarschrift is geen vrijstelling van de betaling van de belasting.

Artikel 2

Deze beraadslaging zal in tweevoud overgemaakt worden aan de toezichthoudende overheid met het oog op de uitoefening van het algemene toezicht.

dienst Financiën

Hoedemaekerssquare 10
1140 Evere

Tel : 02.247.62.74
financien@evere.irisnet.be

dienst Stedenbouw

Hoedemaekerssquare 10
1140 Evere

Tel : 02/247.62.34
stedenbouw@evere.irisnet.be