Belasting op het plaatsen van koopwaren en andere voorwerpen op de openbare weg

Belasting op het plaatsen van koopwaren en andere voorwerpen op de openbare weg

Dienstjaren 2012 - 2016

------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

DE RAAD, vergaderd in openbare zitting;

  • Gelet op zijn beraadslaging dd. 29 maart 2007, houdende vestiging voor de dienstjaren 2007 tot 2011 van de belasting op het plaatsen van koopwaren en ander voorwerpen op de openbare weg, uitvoerbaar geworden bij brief dd. 23 mei 2007 van het Ministerie van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest;
  • Gelet op de gemeentelijke financiën;
  • Gelet op artikel 117 van de nieuwe gemeentewet;
  • Gezien de geldende wettelijke en reglementaire bepalingen betreffende de vestiging en invordering van de gemeentebelastingen;
  • Gelet op artikel 6 § 2 van de ordonnantie van 14 mei 1998 houdende regeling van het administratieve toezicht op de gemeenten van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest en op artikel 1 van het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 16 juli 1998 betreffende de overlegging aan de regering van de akten van de gemeenteoverheden met het oog op de uitoefening van het administratieve toezicht;
  • Op voorstel van het College van Burgemeester en Schepenen;

 

BESLUIT: met 20 stemmen voor en 5 onthoudingen.

Artikel 1:

Volgend belastingreglement goed te keuren : belasting op het plaatsen van koopwaren en andere voorwerpen op de openbare weg.

 

 

I.      DUUR EN GRONDSLAG VAN DE BELASTING

Artikel 1 :

Er wordt voor de dienstjaren 2012 tot 2016 een belasting vastgesteld op het plaatsen van koopwaren en andere voorwerpen op de openbare weg.


Artikel 2 :

Het plaatsen van koopwaren, tafels, stoelen en andere voorwerpen op de openbare weg is en blijft verboden. Er kan echter uitzondering gemaakt worden op deze bepaling voor de openbare plaatsen en de straten waar het verkeer niet zou belemmerd worden door het plaatsen van deze voorwerpen.

 

Artikel 3 :

De Burgemeester mag te dien einde de vergunning, op aanvraag, afleveren en dat in overeenstemming met de toepasselijke wet en- regelgeving. Deze vergunning dient alle nodige aanduidingen te bevatten om de betrokken ruimte en het bedrag van de belasting, waaraan de toelating is onderworpen, vast te stellen.

 

II.      BELASTINGTARIEF

Artikel 4 :

Deze belasting is vastgesteld op:

- gebruikte oppervlakte op de openbare weg :             10 € per m² met een minimum van 50 € / jaar

- oppervlakte bedekt door een plankenvloer :             15 € per m² met een minimum van 75 € / jaar

- afgesloten demonteerbare oppervlakte :                    45 € per m² met een minimum van 225 € / jaar

(niet aan de grond bevestigd)

 

Indien de vergunning niet afgeleverd zou kunnen worden, zullen de aangegane kosten van de vergunning tegenover de gemeentelijke administratie ten laste blijven van de aanvrager volgens de retributie voor het afleveren en bewerken van administratieve documenten.

Zolang het geen automatisch toestel betreft is de belasting niet verschuldigd voor de eerste vierkante meter. Indien deze afmeting overschreden wordt, is de belasting van kracht op de volledig gebruikte oppervlakte.

 

Artikel 5 :

Indien in de loop van het jaar veranderingen worden aangebracht aan de voorwaarden van de afgeleverde toelating, welke aanleiding geven tot vermeerdering van de belasting, wordt deze berekend naar rato van het verschil der belasting, verschuldigd op de nieuwe grondslag met het bedrag van de voorheen vastgestelde belasting.

 

 

III.      VRIJSTELLINGEN

Artikel 6 :

Bij uitzonderlijke feestelijkheden, zoals vliegmeetings, autokoersen, kermissen, enz. is de betrokken belasting niet verschuldigd.

 

Artikel 7 :

Er wordt geen vermindering of teruggave toegestaan, voor welke reden ook. Nochtans, in geval van overname van een zaak, zal er voor het lopende jaar geen nieuwe belasting geheven worden zolang de bezette oppervlakte onveranderd blijft.

IV.      GEBRUIK

Artikel 8 :

De toelatingen worden afgeleverd zonder dat de belanghebbenden er een onherroepelijk recht van vergunning of erfdienstbaarheid op de openbare weg mogen uit afleiden, maar integendeel, met de verplichting het toegestane gebruik af te schaffen of te verminderen op het eerste bevel van de overheid en zonder uit deze hoofde op enigerlei vergoeding of terugbetaling aanspraak te mogen maken.

Daarenboven worden ze verleend op risico der belanghebbenden voor wat betreft de bewaking en bewaring der koopwaren en voorwerpen die uitgestald worden, daar de betaling der belasting geen verplichting inhoudt om een bijzondere bewaking te dien opzichte in te stellen.

 

 

V.      WIJZE VAN BETALING

Artikel 9 :

a)       Aangifte: De belastingplichtigen dienen binnen de tien dagen een aangifte in te dienen bij het gemeentebestuur op een hun ter beschikking gesteld formulier. Deze verklaring blijft geldig tot uitdrukkelijke opzegging van de belastingplichtige. Het bewijs van opzegging is ten laste van de belastingplichtige. Deze laatste is ertoe gehouden om, op aanvraag, alle nodige documenten en inlichtingen, die toelaten om zijn verklaring na te gaan, mede te delen aan het gemeentebestuur.

b)      Inkohiering: De belastingplichtige zal een aanslagbiljet ontvangen, overeenkomstig artikel 4 van de wet van 24 december 1996.

c)      Betaling: De belasting is betaalbaar binnen de twee maanden na ontvangst van het aanslagbiljet

De invordering van de belasting wordt verder gezet volgens de door de wet inzake de invordering van de Rijksbelastingen op de inkomsten vastgestelde bepalingen. Bij niet-betaling binnen de twee maanden, zijn de bepalingen betreffende de verwijlinteresten inzake de Rijksbelastingen op de inkomsten van toepassing.

 

Artikel 10 :

Bij gebrek van dergelijke aangifte, of ingeval van fraude of wanneer de aangifte onjuist of onvolledig is ingevuld, zal de belasting van ambtswege ingekohierd worden. Alvorens tot ambtshalve belasting over te gaan, zullen de motieven voor deze procedure, de elementen van de belasting en het bedrag medegedeeld worden aan de belastingplichtige per aangetekend schrijven bij de post.

In geval van ambtshalve inkohiering, zal de belasting verhoogd worden met de helft van het verschuldigde bedrag. Het bedrag van deze verhoging wordt eveneens ingekohierd.

 

 

VI.      GESCHILLEN

Artikel 11 :

De belastingplichtige kan een bezwaarschrift indienen bij het College van Burgemeester en Schepenen, dat als administratieve overheid optreedt. Dat bezwaar moet op straffe van verval worden ingediend binnen een termijn van zes maanden vanaf de datum van de verzending van het aanslagbiljet met vermelding van de duur van het bezwaar.

 

Bovendien moet het op straffe van nietigheid schriftelijk worden ingediend. Het moet met reden omkleed zijn. Het is gedateerd en ondertekend door de eiser of zijn vertegenwoordiger en vermeldt de volgende gegevens :

1.       de naam, de hoedanigheid, het adres of de zetel van de belastingplichtige ten laste van wie de belasting wordt gevestigd.

2.       het voorwerp van het bezwaarschrift en een opgave van de feiten en middelen.

De indiening van een bezwaarschrift is geen vrijstelling van de betaling van de belasting.

 

VII.      TOEZICHTHOUDENDE OVERHEID

Artikel 2 :

Deze beraadslaging zal in tweevoud worden overgemaakt aan de toezichthoudende overheid met het oog op de uitoefening van het algemene toezicht.


dienst Financiën

Hoedemaekerssquare 10
1140 Evere

Tel : 02.247.62.74
financien@evere.irisnet.be

dienst Stedenbouw

Hoedemaekerssquare 10
1140 Evere

Tel : 02/247.62.34
stedenbouw@evere.irisnet.be