Belasting op de lucht-, oliepompen en brandstofverdelers

Dienstjaren 2008 - 2012

DE RAAD, vergaderd in openbare zitting;
  • Gelet op zijn beraadslaging dd. 19 februari 2004, houdende vervanging van het reglement in zitting dd. 19 december 2002 gestemd en vaststelling voor de dienstjaren 2004 tot 2007 van een belasting op de weegschalen, benzine- en andere pompen en publiciteitspalen geplaatst op de openbare weg, uitvoerbaar geworden bij brief dd. 8 april 2004 van het Ministerie van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest;
  • Gelet op de gemeentelijke financiën;
  • Gelet op artikel 117 van de nieuwe gemeentewet;
  • Gezien de geldende wettelijke en reglementaire bepalingen inzake de vestiging en invordering van de gemeentebelastingen;
  • Gelet op artikel 6 § 2 van de ordonnantie van 14 mei 1998 houdende regeling van het administratieve toezicht op de gemeenten van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest en op artikel 1 van het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 16 juli 1998 betreffende de overlegging aan de regering van de akten van de gemeenteoverheden met het oog op de uitoefening van het administratieve toezicht;
  • Op voorstel van het College van Burgemeester en Schepenen;
BESLUIT: met éénparigheid van stemmen

Artikel 1 :

Volgend belastingreglement goed te keuren: belasting op de lucht-, oliepompen en brandstofverdelers.

I. DUUR EN GRONDSLAG VAN DE BELASTING

Artikel 1

Er wordt voor de dienstjaren 2008 tot 2012 een belasting geheven op de lucht-, oliepompen en brandstofverdelers geplaatst op de openbare weg. De belasting is eveneens verschuldigd wanneer de brandstofverdelers, lucht- en oliepompen op privaat terrein geplaatst zijn langs de openbare weg, zoals bv. de "benzinestations".

Artikel 2

Buiten de betaling van deze belasting zullen de lucht-, oliepompen en brandstofverdelers eventueel onderworpen worden aan de belasting op de al dan niet verlichte reclame- en uithangborden, uit hoofde van de toestellen die er aan vastgehecht zijn.

II. AANSLAGVOET

Artikel 3

Deze belasting is als volgt bepaald:

1. lucht- en oliepompen: 70,00 € per eenheid
2. brandstofverdelers:

a) beweegbare brandstofpompen: 200,00 € per pistool

b) vaste brandstofpompen met tussenkomst van aangestelde voor de betaling: 400,00 € per pistool

De belasting wordt verdubbeld voor brandstofverdelers die geen tussenkomst van een aangestelde voor de bevoorrading en de betaling vereisen. De belasting wordt vermenigvuldigd met 1 ½ voor de gemengde brandstofverdelers (automatisch en/of van hand tot hand betaling).

III. BELASTINGPLICHTIGE

Artikel 4 :

De belasting is op 1 januari voor het ganse jaar verschuldigd. De belasting is verschuldigd door de houder of de eigenaar van de lucht-, oliepompen en brandstofverdelers. De eigenaar van het onroerend goed is hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van de belasting. Er wordt geen korting of teruggave van de belasting toegekend in geval van wegneming van het toestel in de loop van het jaar, door de wil van de houder of eigenaar of op bevel van de overheid.

IV. VRIJSTELLINGEN

Artikel 5

De apparaten die niet toegankelijk zijn voor het publiek en deze die zich in garages of dergelijke inrichtingen bevinden en derhalve van buiten niet zichtbaar zijn, zijn vrijgesteld van de belasting.

Artikel 6

Een korting zal toegekend worden aan de verdelers van wie de toegang tot hun handel onmogelijk is voor voertuigen wegens werken.

Deze korting zal berekend worden op basis van de jaarlijkse belasting naar evenredigheid van het aantal dagen gedurende dewelke de verdelers schade hebben geleden ten gevolge van de ondernomen werken voor hun handel.

De korting zal als volgt worden berekend:

Korting = bedrag van de belasting x aantal dagen straatwerken


365 dagen


Teneinde deze korting zo nauwkeurig mogelijk te berekenen, zal de korting aan de betrokken verdelers terugbetaald worden, zo spoedig mogelijk, na de laatste dag van de ondernomen werken.

De korting zal enkel toegekend worden voor zover de reclamant het oorspronkelijke bedrag betaald heeft. Bij gebreke van deze oorspronkelijke betaling zal er geen terugbetaling zijn.

V. WIJZE VAN BETALING

Artikel 7

a) Aangifte: De belastingplichtigen dienen binnen de tien dagen een aangifte in te dienen bij het gemeentebestuur op een hun ter beschikking gesteld formulier. Deze verklaring blijft geldig tot uitdrukkelijke opzegging van de belastingplichtige. Het bewijs van opzegging is ten laste van de belastingplichtige. Deze laatste is ertoe gehouden om, op aanvraag, alle nodige documenten en inlichtingen, die toelaten om zijn verklaring na te gaan, mede te delen aan het gemeentebestuur.

b) Inkohiering: De belastingplichtige zal een aanslagbiljet ontvangen, in overeenstemming met art. 4 van de wet van 24 december 1996.

c) Betaling: De belasting is betaalbaar binnen de twee maanden van ontvangst van het aanslagbiljet

De invordering van de belasting wordt verder gezet volgens de door de wet inzake de invordering van de Rijksbelastingen op de inkomsten vastgestelde bepalingen. Bij niet-betaling binnen de twee maanden, zijn de bepalingen betreffende de verwijlinteresten inzake de Rijksbelastingen op de inkomsten van toepassing.

Artikel 8

Bij gebrek van dergelijke aangifte, of ingeval van fraude of wanneer de aangifte onjuist of onvolledig is ingevuld, zal de belasting van ambtswege ingekohierd worden. Alvorens tot ambtshalve belasting over te gaan, zullen de motieven voor deze procedure, de elementen van de belasting en het bedrag medegedeeld worden aan de belastingplichtige per aangetekend schrijven bij de post. In geval van ambtshalve inkohiering, zal de belasting verhoogd worden met de helft van het verschuldigd bedrag. Het bedrag van deze verhoging wordt eveneens ingekohierd.

VI. GESCHILLEN

Artikel 9

De belastingplichtige kan een bezwaarschrift indienen bij het College van Burgemeester en Schepenen, dat als administratieve overheid optreedt. Dat bezwaar moet op straffe van verval worden ingediend binnen een termijn van zes maanden vanaf de datum van de verzending van het aanslagbiljet met vermelding van de duur van het bezwaar. Bovendien moet het op straffe van nietigheid schriftelijk worden ingediend. Het moet met reden omkleed zijn. Het is gedateerd en ondertekend door de eiser of zijn vertegenwoordiger en vermeldt de volgende gegevens :

  1. de naam, de hoedanigheid, het adres of de zetel van de belastingplichtige ten laste van wie de belasting wordt gevestigd.
  2. het voorwerp van het bezwaarschrift en een opgave van de feiten en middelen.

De indiening van een bezwaarschrift is geen vrijstelling van de betaling van de belasting.

Artikel 2

Deze beraadslaging zal in tweevoud overgemaakt worden aan de toezichthoudende overheid met het oog op de uitoefening van het algemene toezicht.

dienst Financiën

Hoedemaekerssquare 10
1140 Evere

Tel : 02.247.62.74
financien@evere.irisnet.be

dienst Stedenbouw

Hoedemaekerssquare 10
1140 Evere

Tel : 02/247.62.34
stedenbouw@evere.irisnet.be