Belasting op de totaal of gedeeltelijk verwaarloosde gebouwen en percelen en op de onafgewerkte gebouwen

Dienstjaren 2011 - 2015

DE RAAD, vergaderd in openbare zitting;

  • Gelet op zijn beraadslaging dd. 13 december 2007, houdende vaststelling voor de dienstjaren 2008 tot 2012 van een belasting op de verwaarloosde gebouwen, uitvoerbaar geworden bij brief dd. 30 januari 2008 van het Ministerie van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest;
  • Gelet op de gemeentelijke financiën;
  • Gelet op artikel 117 van de nieuwe gemeentewet;
  • Gezien de geldende wettelijke en reglementaire bepalingen inzake de vestiging en invordering van de gemeentebelastingen;
  • Gelet op artikel 6 § 2 van de ordonnantie van 14 mei 1998 houdende regeling van het administratieve toezicht op de gemeenten van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest en op artikel 1 van het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 16 juli 1998 betreffende de overlegging aan de regering van de akten van de gemeenteoverheden met het oog op de uitoefening van het administratieve toezicht;
  • Op voorstel van het College van Burgemeester en Schepenen;

BESLUIT: met éénparigheid van stemmen

Artikel 1

Volgend belastingreglement goed te keuren : belasting op het totaal of gedeeltelijk verwaarloosde gebouwen en percelen en op de onafgewerkte gebouwen.

I. DUUR EN GRONDSLAG VAN DE BELASTING

Artikel 1

Er wordt voor de dienstjaren 2011 tot 2015 een jaarlijkse belasting geheven op het totaal of gedeeltelijk verwaarloosde gebouwen en percelen en op de onafgewerkte gebouwen.

Artikel 2

  • Worden als totaal verwaarloosde gebouwen beschouwd: De gebouwen die zowel behoren tot het privédomein van de Belgische publiekrechtelijke rechtspersoon als van een privaatrechtelijke rechtspersoon en die duidelijk niet bewoond zijn of niet worden gebruikt voor een activiteit van welke aard ook.
  • Worden als gedeeltelijk verwaarloosde gebouwen beschouwd: De gebouwen die zowel behoren tot het privédomein van de Belgische publiekrechtelijke rechtspersoon als van een privaatrechtelijke rechtspersoon en die duidelijk gedeeltelijk niet bewoond zijn of niet worden gebruikt voor een activiteit van welke aard ook.
  • Worden als onafgewerkte gebouwen beschouwd: Elk gebouw waarvan de ruwbouw of buitenafwerking onafgewerkt gebleven is gedurende één jaar. De belasting is verschuldigd voor zowel het stopzetten van de werkzaamheden op een bouwplaats, als voor een zichtbaar gebrek aan afwerking, dat niet in overeenstemming is met de stedenbouwkundige vergunning of voor een overduidelijk gedeeltelijk of volledig gebrek aan onderhoud.
  • Worden als verwaarloosde percelen geschouwd: De niet-bebouwde percelen, hetzij oorspronkelijk, hetzij door afbraak van vroegere bestaande gebouwen, die niet omheind zijn volgens de wetgeving in voege of niet onderhouden zijn, of de tussenkomst van inspecteurs van de hygiëne veroorzaken, of waar men ongeëffende delen van afgebroken gebouwen ten opzichte van het straatniveau aantreft, alsook de achteruitbouwstroken die niet onderhouden zijn volgens de wetgeving in voege.


II. AANSLAGVOET

Artikel 3

De belasting is, op basis van een nieuwe vaststelling, jaarlijks verschuldigd vanaf de 1ste januari van het aanslagjaar dat volgt op het jaar waarin de vaststelling van de verwaarlozing werd opgemaakt en betekend zoals in artikel 6 bepaald wordt.

De aanslagvoet van de belasting is als volgt vastgesteld, uitgezonderd wanneer het gebouw of onbebouwd perceel niet grenst aan een straat:

  • 200,00 € per strekkende meter gevel voor het eerste aanslagjaar waarin het goed belast wordt ;
  • 400,00 € per strekkende meter gevel voor het tweede aanslagjaar waarin het goed belast wordt ;
  • 600,00 € per strekkende meter gevel vanaf het derde aanslagjaar waarin het goed belast wordt.

De gedeeltelijk verwaarloosde gebouwen zullen belast worden op basis van de belasting op de totaal verwaarloosde gebouwen, volgens de juiste verhouding.

Voor een bebouwd goed vermenigvuldigt men het totaal dat aldus bekomen wordt met het aantal belastbare niveaus met uitzondering van niet-ingerichte kelder- en dakverdiepingen.

Voor het gebouw of het niet bebouwde perceel dat niet aan een straat grenst, is de aanslagvoet vastgesteld op 40,00 € per m² oppervlakte.

Wanneer een niet-bebouwde grond paalt aan twee of meer straten, zal de grootste rechte gevellengte langs een van de straten als grondslag van de belastingberekening in aanmerking komen. Indien het een hoekperceel betreft, wordt de grootste van de gevellengten in aanmerking genomen, vermeerdert met de helft van afgesneden of afgeronde hoek.

Gebouwen die zich gedeeltelijk op het grondgebied van de gemeente Evere en gedeeltelijk op het grondgebied van een andere gemeente bevinden, worden slechts belast voor het gedeelte dat zich op het grondgebied van de gemeente Evere bevindt.

III. BELASTINGPLICHTIGE

Artikel 4

De belastingplichtige is de eigenaar. De erfpachter, de opstalhouder, de vruchtgebruiker en de huurder worden solidair gehouden. Indien het een onroerend goed betreft dat in onverdeeld bezit aan verschillende eigenaars toebehoort, wordt de belasting op naam van de onverdeelde eigenaars vastgesteld in functie van hun aandeel in het onroerend goed.

IV. VRIJSTELLINGEN

Artikel 5

Zijn vrijgesteld van de belasting:
a) de natuurlijke personen die eigenaar, bezitter, erfpachter, opstalhouder, vruchtgebruiker of mede-eigenaar zijn van slechts één onroerend goed, zowel in België als in het buitenland, namelijk datgene waarvoor zij belastbaar zijn. Deze vrijstelling geldt slechts voor het eerste belastingjaar en op vertoning van een attest van de Administratie der Registratie en Domeinen;
b) de gebouwen die getroffen worden door een van kracht zijnd onteigeningsplan, goedgekeurd door het Ministerie van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest;
c) de gebouwen die door onheil werden getroffen, enkel gedurende de twee daaropvolgende dienstjaren;
d) de gebouwen, waarvan de staat van verwaarlozing te wijten is aan overmacht;
e) de gebouwen, waarvan is vastgesteld dat, in de loop van het belastingjaar:
 de niet-bezetting of niet-uitbating werd beëindigd;
 de herstellingswerken in overeenstemming met de wetgeving in voege, werden ondernomen en zich op normale wijze voortzetten, voor zover deze werken zullen beëindigd zijn of ten einde lopen in het jaar dat volgt;
 ze het onderwerp hebben uitgemaakt van een eigendomsoverdracht.
f) de percelen, waarvan is vastgesteld dat, in de loop van het belastingjaar:
 de herstellingswerken in overeenstemming met de wetgeving in voege, werden ondernomen en zich op normale wijze voortzetten, voor zover deze werken zullen beëindigd zijn of ten einde lopen in het jaar dat volgt;
 ze het onderwerp hebben uitgemaakt van een eigendomsoverdracht.

 

V. VASTSTELLING

Artikel 6

De staat van verwaarlozing van een gebouw, een perceel of een achteruitbouwstrook zal het voorwerp uitmaken van een vaststelling opgemaakt door een daartoe aangestelde gemeentelijk agent en betekend worden per aangetekend schrijven aan de belastingplichtige in de zin van artikel 4 van huidig reglement.

 

VI. WIJZE VAN BETALING

Artikel 7

a) Inkohiering: De belastingplichtige zal een aanslagbiljet ontvangen, overeenkomstig artikel 4 van de wet van 24 december 1996.
b) Betaling: De belasting is betaalbaar binnen de twee maanden van ontvangst van het aanslagbiljet


De invordering van de belasting wordt verder gezet volgens de door de wet inzake de invordering van de Rijksbelastingen op de inkomsten vastgestelde bepalingen. Bij niet-betaling binnen de twee maanden, zijn de bepalingen betreffende de verwijlinteresten inzake de Rijksbelastingen op de inkomsten van toepassing.

 

VII. GESCHILLEN

Artikel 8

De belastingplichtige kan een bezwaarschrift indienen bij het College van Burgemeester en Schepenen, dat als administratieve overheid optreedt. Dat bezwaar moet op straffe van verval worden ingediend binnen een termijn van zes maanden vanaf de datum van de verzending van het aanslagbiljet met vermelding van de duur van het bezwaar. Bovendien moet het op straffe van nietigheid schriftelijk worden ingediend. Het moet met reden omkleed zijn. Het is gedateerd en ondertekend door de eiser of zijn vertegenwoordiger en vermeldt de volgende gegevens:

  1. de naam, de hoedanigheid, het adres of de zetel van de belastingplichtige ten laste van wie de belasting wordt gevestigd.
  2. het voorwerp van het bezwaarschrift en een opgave van de feiten en middelen.

De indiening van een bezwaarschrift is geen vrijstelling van de betaling van de belasting.

 

VIII. VOORAFGAAND REGLEMENT

Artikel 9

Huidig reglement vernietigt en vervangt vanaf 1 januari 2011 de beraadslaging van de Gemeenteraad dd. 13 december 2007 betreffende de belasting op het totaal of gedeeltelijk verwaarloosde gebouwen en percelen en op de onafgewerkte gebouwen.

Artikel 2

Deze beraadslaging zal in tweevoud overgemaakt worden aan de toezichthoudende overheid met het oog op de uitoefening van het algemene toezicht.

dienst Financiën

Hoedemaekerssquare 10
1140 Evere

Tel : 02.247.62.74
financien@evere.irisnet.be

dienst Stedenbouw

Hoedemaekerssquare 10
1140 Evere

Tel : 02/247.62.34
stedenbouw@evere.irisnet.be