Belasting op de uithangborden, op de publicitaire installaties en op de openbare aanplakking

Dienstjaren 2011 - 2015

DE RAAD, vergaderd in openbare zitting;

  • Gelet op zijn beraadslaging dd. 17 december 2009, houdende vaststelling voor de dienstjaren 2010 tot 2014 van een belasting op de uithangborden, op de publicitaire installaties en op de openbare aanplakking, uitvoerbaar geworden bij brief dd. 15 februari 2010 van het Ministerie van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest;
  • Gelet op de gemeentelijke financiën;
  • Gelet op artikel 117 van de nieuwe gemeentewet;
  • Gezien de geldende wettelijke en reglementaire bepalingen inzake de vestiging en invordering van de gemeentebelastingen;
  • Gelet op artikel 6 § 2 van de ordonnantie van 14 mei 1998 houdende regeling van het administratief toezicht op de gemeenten van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest en op artikel 1 van het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 16 juli 1998 betreffende de overlegging aan de regering van de akten van de gemeenteoverheden met het oog op de uitoefening van het administratief toezicht;
  • Op voorstel van het College van Burgemeester en Schepenen;

BESLUIT : met éénparigheid van stemmen.

Artikel 1

Volgend belastingreglement goed te keuren : belasting op de uithangborden, op de publicitaire installaties en op de openbare aanplakking.

 

I. DUUR EN GRONDSLAG VAN DE BELASTING

Artikel 1

Er wordt voor de dienstjaren 2011 tot 2015 een jaarlijkse belasting gevestigd op de uithangborden, de publicitaire installaties en op de openbare aanplakking.

A. Belasting op de uithangborden

Artikel 2

Wordt als uithangbord beschouwd, verlicht of niet, elke aanduiding, onder om het even welke vorm of volgens om het even welk procédé, zichtbaar vanaf de openbare weg, die vastgehecht is aan het gebouw of haar bijgebouwen of in de nabijheid ervan en dat tot doel heeft de handel, de nijverheid, het product, het beroep dat wordt uitgeoefend in het gebouw waar de activiteit zich voordoet, de goederen die er gemaakt worden, verdeeld, verkocht, verhuurd of omgewisseld worden, bekend te maken.

Wordt als verlicht beschouwd, elk uithangbord dat direct of indirect wordt verlicht door een verlichtingsinstallatie, evenals het lichtsnoer.

Onder openbare weg verstaat men de verkeerswegen, bermen en voetpaden inbegrepen, in de eerste plaats bestemd voor het verkeer van personen of voertuigen en toegankelijk voor iedereen.

De uithangborden geplaatst in het uitstalraam, achter een glazen deur of in een uitholling en zichtbaar vanaf de openbare weg, zijn eveneens onderworpen aan de huidige belasting.

Enkel de uithangborden met een permanent karakter zijn belastbaar.

Artikel 3

De belastbare oppervlakte, waarbij elk belastbaar voorwerp afzonderlijk wordt beschouwd, wordt als volgt berekend, vasthechting aan de gevel inbegrepen :

  • Indien het uithangbord uit één enkel vlak bestaat : in functie van de afmetingen van de rechthoek die het uithangbord omvat. Bestaat zij uit een onregelmatige meetkundige figuur, in functie van de kleinste rechthoek waarin de installatie kan gevat worden.
  • Indien het uithangbord uit verschillende vlakken bestaat : in functie van de totale oppervlakte van alle vlakken die tegelijkertijd of achtereenvolgens zichtbaar zijn.
  • Indien het uithangbord uit een volume bestaat : het drievoud van het product van de hoogte met de grootste breedte ervan.

II. AANSLAGVOET

Artikel 4

De jaarlijkse belasting wordt als volgt vastgesteld :

  • Voor de niet-verlichte uithangborden : 15,00 € per m² belastbare oppervlakte, met een minimum van 15,00 €.
  • Voor de verlichte uithangborden : 40,00 € per m² belastbare oppervlakte, met een minimum van 40,00 €.
  • Voor de lichtsnoeren die geen geheel uitmaken met het uithangbord : 0,40 € per strekkende meter, of gedeelte van een strekkende meter, met een minimum van 40,00 €.
  • Voor de installaties die de voorstelling of afbeelding van beelden, figuren of teksten toelaten : 150,00 € per m² nuttige oppervlakte, met een minimum van 75,00 €.

 

Artikel 5

De belasting is verschuldigd voor het ganse jaar, welke ook het ogenblik van de plaatsing of wegneming zij.

III. BELASTINGPLICHTIGEN

Artikel 6

De belasting is solidair verschuldigd door de uitbater en de eigenaar van het uithangbord op 1 januari van het belastingjaar of op het ogenblik van de plaatsing van de installaties, indien dit gebeurt in de loop van het jaar.

IV. VRIJSTELLINGEN

Artikel 7

Geven geen aanleiding tot de toepassing van de belasting :

a) De uithangborden toebehorend aan publiekrechtelijke personen, met uitzondering van deze die een winstoogmerk nastreven;
b) De 5 eerste vierkante meters met betrekking op de naam van de handelaar, zijn kwalificatie of benaming van zijn handel, alsook zijn nummer van het handelsregister en alle wettelijke en reglementair voorgeschreven bepalingen. De tekst mag geen fabrieksmerk, handelsmerk, dienstmerk, merk van product, of tekening, kenmerk, geometrische figuur of gelijk welke andere versiering beschermd door een wettelijke inschrijving omvatten;
c) De uithangborden uitgaande van organisaties met een socio-cultureel, vaderlandslievend en filantropisch karakter;
d) De merken die aangebracht zijn op of in de nabijheid van het tentoongesteld product en een direct verband hebben met dat product.

V. AANGIFTE EN BETALINGSWIJZE

Artikel 8

a) Aangifte

De belastingplichtigen dienen binnen de tien dagen een aangifte in te dienen bij het gemeentebestuur op een hun ter beschikking gesteld formulier.
Deze verklaring blijft geldig tot uitdrukkelijke opzegging van de belastingplichtige. Het bewijs van opzegging is ten laste de belastingplichtige.
Deze laatste is ertoe gehouden om, op aanvraag, alle nodige documenten en inlichtingen, die toelaten om zijn verklaring na te gaan, mede te delen aan het gemeentebestuur.

b) Inkohiering

De belastingplichtige zal een aanslagbiljet ontvangen, overeenkomstig het artikel 4 van de wet van 24 december 1996.

c) Betaling

De belasting is betaalbaar binnen de twee maanden na ontvangst van het aanslagbiljet.

De invordering van de belasting wordt verder gezet volgens de door de wet inzake de invordering van de Rijksbelastingen op de inkomsten vastgestelde bepalingen.

Bij niet-betaling binnen de twee maanden, zijn de bepalingen betreffende de verwijlinteresten inzake de Rijksbelastingen op de inkomsten van toepassing.

Artikel 9

Bij gebrek aan dergelijke aangifte, of ingeval van fraude of wanneer de aangifte onjuist of onvolledig is ingevuld, zal de belasting van ambtswege ingekohierd worden. Alvorens tot ambtshalve belasting over te gaan, zullen de motieven voor deze procedure, de elementen van de belasting en het bedrag medegedeeld worden aan de belastingplichtige per aangetekend schrijven bij de post.

In geval van ambtshalve inkohiering, zal de belasting verhoogd worden met de helft van het verschuldigde bedrag. Het bedrag van deze verhoging wordt eveneens ingekohierd.

B. Belasting op de publicitaire installaties

Artikel 10

Onder publicitaire installaties dient men te verstaan, elke installatie waarop publiciteit kan aangebracht worden, hetzij door middel van kleven, nieten, verankering, schilderen of elk ander middel.

Wordt als publiciteit beschouwd, elke aanduiding, onder om het even welke vorm of volgens om het even welk procédé, zichtbaar vanaf de openbare weg, en die tot doel heeft een handel, een nijverheid, een beroep of een product aan het publiek bekend te maken.

Wordt als verlicht beschouwd, elke installatie die direct of indirect wordt verlicht, evenals het lichtsnoer.

Onder vast en duurzaam verstaat men al de houders ingebouwd in de grond, erin vastgeankerd of vastgehecht aan een bestaande constructie of waarvan het steunpunt in de grond stabiliteit verzekeren zodat hij bestemd is te blijven, zelfs wanneer deze kunnen uit elkaar gehaald of verplaatst worden.

Onder openbare weg verstaat men de verkeerswegen, bermen en voetpaden inbegrepen in de eerste plaats voor het verkeer van personen of voertuigen en toegankelijk voor iedereen.

 

I. AANSLAGVOET

Artikel 11

De belasting bedraagt 95,00 € per m2 of fractie van m2 van de oppervlakte van verlichte of niet-verlichte publicitaire installaties.

Artikel 12

De belasting is verschuldigd voor het ganse jaar, welke ook het ogenblik van de plaatsing of wegneming zij.

Artikel 13

De belasting op publicitaire installaties die meerdere publicitaire doeleinden omvat of de opeenvolgende voorstelling van verschillende reclames toelaat wordt berekend op de totale zichtbare of potentieel zichtbare oppervlakten.

Artikel 14

Ingeval van gebruik van installaties die niet vast of duurzaam zijn, zoals hiervoor omschreven, zal de belasting als volgt vastgesteld worden :

  • 120,00€ per kwartaal voor de aanplakking van maximum tien kleine installaties en twee middelmatige, met maximum twee aanplakkingen per straat alsook maximum een affiche per rond punt (of kruising).
  • 460,00€ per kwartaal voor de aanplakking van maximum twintig kleine installaties en twee middelmatige alsook een grote, met een maximum aanplakking van drie installaties per straat alsook maximum een installatie per rond punt (of kruising).

Onder een kleine installatie verstaat men een paneel van maximum 1 m2.
Onder middelmatige installatie verstaat men een paneel tussen 1 m2 en 8 m2
Onder een grote installatie verstaat men een paneel tussen 8 m2 en 15 m2

Een installatie verwijst naar een affiche, ongeacht of deze recto-verso gedrukt wordt of niet.

De aanvrager zorgt zelf voor de aanplakking en is verantwoordelijk voor de wegneming ervan na de toegelaten periode van aanplakking. Indien de wegneming niet heeft plaatsgehad voor het einde van de maand volgend op het einde van de toegelaten periode, zullen de gemeentediensten de aanplakking verwijderen op kosten van de aanvrager.

II. BELASTINGPLICHTIGEN

Artikel 15

De belasting is solidair verschuldigd door de uitbater en de eigenaar van de publicitaire installaties op 1 januari van het belastingjaar of op het ogenblik van de plaatsing van de installaties, indien dit gebeurt in de loop van het jaar.

III. AANGIFTE EN BETALINGSWIJZE

Artikel 16

a) Aangifte

De belastingplichtigen dienen binnen de tien dagen een aangifte in te dienen bij het gemeentebestuur op een hun ter beschikking gesteld formulier.
Deze verklaring blijft geldig tot uitdrukkelijke opzegging van de belastingplichtige. Het bewijs van opzegging is ten laste de belastingplichtige. Het opsturen of het afgeven door de Administratie van een aangifteformulier geldt als opzegging.
Deze laatste is ertoe gehouden om, op aanvraag, alle nodige documenten en inlichtingen, die toelaten om zijn verklaring na te gaan, mede te delen aan het gemeentebestuur.

b) Inkohiering

De belastingplichtige zal een aanslagbiljet ontvangen, overeenkomstig het artikel 4 van de wet van 24 december 1996.

c) Betaling

De belasting is betaalbaar binnen de twee maanden na ontvangst van het aanslagbiljet.

De invordering van de belasting wordt verder gezet volgens de door de wet inzake de invordering van de Rijksbelastingen op de inkomsten vastgestelde bepalingen.

Bij niet-betaling binnen de twee maanden zijn de bepalingen betreffende de verwijlinteresten inzake de Rijksbelastingen op de inkomsten van toepassing.

Artikel 17

Bij gebrek van dergelijke aangifte, of ingeval van fraude of wanneer de aangifte onjuist of onvolledig is ingevuld, zal de belasting van ambtswege ingekohierd worden. Alvorens tot ambtshalve belasting over te gaan, zullen de motieven voor deze procedure, de elementen van de belasting en het bedrag medegedeeld worden aan de belastingplichtige per aangetekend schrijven bij de post.

In geval van ambtshalve inkohiering, zal de belasting verhoogd worden met de helft van het verschuldigde bedrag. Het bedrag van deze verhoging wordt eveneens ingekohierd.

 

C. Belasting op de openbare aanplakking

Artikel 18

De belasting is verschuldigd voor alle handels-, notaris-, deurwaarders-, schouwburg-, bioscoop-, informatieaffiches...op de plaatsen toebehorend aan de gemeente Evere.

Onder plaatsen toebehorend aan de gemeente Evere verstaat men de plaatsen die specifiek zijn voorbehouden voor aanplakking en waar de gemeente o.a. de akten aanplakt waarvan zij de wettelijke verplichting heeft om deze kenbaar te maken.

I. AANSLAGVOET

Artikel 19

De aanslagvoet voor deze plaatsen wordt als volgt vastgesteld :

  • Voor een periode van 8 dagen : 2,50 € per affiche;
  • Voor een periode van 15 dagen : 4,00 € per affiche;
  • Voor een periode van een maand : 6,00 € per affiche.

II. BELASTINGPLICHTIGEN

Artikel 20

De belastingplichtige is de aanvrager van de aanplakking.

III. VRIJSTELLINGEN

Artikel 21

Zijn vrijgesteld van de belasting :

  • De openbare besturen zijn vrijgesteld van de belasting op hun affiches, berichten, aankondigingen, enz. die niet onderworpen zijn aan de aanplakkingtaks ten voordele van de staat.
  • De verkiezingsaffiches, affiches uitgaande van organisaties met een socio-cultureel, vaderlandslievend en filantropisch karakter, voorzover zij aangebracht zijn op de specifieke plaatsen voorbehouden voor gemeentelijke aanplakking.

IV. AANGIFTE EN BETALINGSWIJZE

Artikel 22

De belasting is onmiddellijk eisbaar en contant betaalbaar.

In geval van niet-betaling, wordt de belastingplichtige echter opgenomen in een kohier. In dit geval zal belanghebbende een aanslagbiljet ontvangen, overeenkomstig artikel 4 van de wet van 24 december 1996.

De invordering van de belasting wordt verder gezet volgens de door de wet inzake de invordering van de Rijksbelastingen op de inkomsten vastgestelde bepalingen.

 

D. Geschillen - Vorig reglement

I. GESCHILLEN

Artikel 23

De belastingplichtige kan een bezwaarschrift indienen bij het College van Burgemeester en schepenen, dat als administratieve overheid optreedt.
Dat bezwaar moet op straffe van verval worden ingediend binnen een termijn van zes maanden vanaf de datum van de verzending van het aanslagbiljet met vermelding van de duur van het bezwaar.

Bovendien moet het op straffe van nietigheid schriftelijk worden ingediend. Het moet met reden omkleed zijn. Het is gedateerd en ondertekend door de eiser of zijn vertegenwoordiger en vermeldt de volgende gegevens :

  1. de naam, de hoedanigheid, het adres of de zetel van de belastingplichtige ten laste van wie de belasting wordt gevestigd.
  2. het voorwerp van het bezwaarschrift en een opgave van de feiten en middelen.

De indiening van een bezwaarschrift is geen vrijstelling van de betaling van de belasting.

 

II. VORIG REGLEMENT

Artikel 24

Huidig reglement vernietigt en vervangt op 1 januari 2011 de gemeenteraadsbeslissing dd. 17 december 2009 betreffende de belasting op de uithangborden, op de publicitaire installaties en op de openbare aanplakking.

Artikel 2

Deze beraadslaging zal in tweevoud worden overgemaakt aan de toezichthoudende overheid met het oog op de uitoefening van het algemene toezicht.


dienst Financiën

Hoedemaekerssquare 10
1140 Evere

Tel : 02.247.62.74
financien@evere.irisnet.be

dienst Stedenbouw

Hoedemaekerssquare 10
1140 Evere

Tel : 02/247.62.34
stedenbouw@evere.irisnet.be