Belasting op de depots, depots met verkoopmandaat, verkoopoppervlakten en opslagplaatsen van goederen, materialen en materieel alleraard

DE RAAD, vergaderd in openbare zitting;

  • Gelet op zijn beraadslaging dd. 28 juni 2007, houdende vestiging voor de dienstjaren 2007 tot 2012 van een belasting op de opslagplaatsen van goederen, materialen en materieel alleraard, goedgekeurd bij brief dd. 21 augustus 2007 van het Ministerie van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest;
  • Gelet op de gemeentelijke financiën;
  • Gelet op artikel 117 van de nieuwe gemeentewet;
  • Gezien de geldende wettelijke en reglementaire bepalingen inzake de vestiging en invordering van de gemeentebelastingen;
  • Gelet op de noodzakelijkheid om rekening te houden met de inflatie door de aanslagvoeten te indexeren;
  • Gelet op artikel 6 § 2 van de ordonnantie van 14 mei 1998 houdende regeling van het administratieve toezicht op de gemeenten van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest en op artikel 1 van het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 16 juli 1998 betreffende de overlegging aan de regering van de akten van de gemeenteoverheden met het oog op de uitoefening van het administratieve toezicht;
  • Op voorstel van het College van Burgemeester en Schepenen;

 

BESLUIT: met éénparigheid van stemmen.

 

Artikel 1 :

Het belastingreglement op de depots, depot met verkoopmandaat, verkoopoppervlakten en opslagplaatsen van goederen, materialen en materieel alleraard, niet overdekt of overdekt, zelfs voorlopig goed te keuren.

 

 

I.                              DUUR EN GRONDSLAG VAN DE BELASTING

 

Artikel 1 :

Er wordt voor de dienstjaren 2012 tot 2016 een belasting vastgesteld op de depots, depot met verkoopmandaat, verkoopoppervlakten en opslagplaatsen van goederen, materialen en materieel alleraard, niet overdekt of overdekt, zelfs voorlopig.

 

Artikel 2 :

Onder depot verstaat men elke plaats, niet overdekt of overdekt, waar goederen, materialen en materieel alleraard zijn opgeslagen, die het voorwerp van een huurcontract uitmaakt, in de zin van artikel 1915 van het Burgerlijk wetboek.

 

Onder depot met verkoopmandaat verstaat men elke plaats, niet overdekt of overdekt, waar goederen, materialen en materieel alleraard zijn opgeslagen, die het voorwerp van een huurcontract uitmaakt, in de zin van artikel 1915 van het Burgerlijk wetboek, maar met verkoopmandaat, dus zonder teruggave in natura maar in speciën.

 

Onder verkoopoppervlakte verstaat men het geheel der oppervlakte van de instelling, inbegrepen de grondoppervlakte van de tentoonstellingsvitrines en de interne voorstel- en verkeerruimten waarin de goederen worden uitgestald en waar het cliënteel toegang heeft met als doel aankopen te verrichten.

 

Onder opslagplaats verstaat men de plaats of het gebouw, waar goederen, materialen en materieel alleraard zijn of kunnen worden opgeslagen door derden.

 

Onder voorlopige opslagplaats verstaat men elk gebouw niet opgenomen op het kadastrale plan.

 

De basis van de belasting bestaat uit de aan de deponent(en) aangeboden oppervlakte, uitgedrukt in vierkante meter en vertegenwoordigend het totaal van de oppervlakten vermeld onder de verschillende definities.

 

 

II.                              BELASTINGSTARIEF

 

Artikel 3 :

De belastingvoet beloopt 1,13 € / m² voor de 250 eerste m² ;

1,70 € / m² van 251 m² tot 500 m² ;

2,26 € / m² van 501 m² tot 1.000 m² ;

2,83 € / m² vanaf 1001 m² ;

 

De gedeelten van vierkante meters zijn beschouwd als volledige vierkante meters

Na rekening gehouden te hebben met de vrijstellingen voorgesteld in artikel 6 en indien er een bedrag te betalen blijft, zal een minimum bedrag van 50,00 € geëist worden.

Artikel 4 :

De belasting is jaarlijks verschuldigd op 1 januari van het dienstjaar en is ondeelbaar.

III.                              BELASTINGPLICHTIGE

Artikel 5 :

De belastingplichtige is de eigenaar. De erfpachter, de opstalhouder, de vruchtgebruiker en de huurder worden solidair gehouden.


IV.                              VRIJSTELLINGEN

Artikel 6 :

Zijn vrijgesteld van de belasting:

- De voorlopige gebouwen dienend tot de teelt van kleine dieren;

- De depot, depot met verkoopmandaat, verkoopoppervlakte en opslagplaats die personeel in dienst hebben krijgt een vrijstelling gelijk aan 1.000 m² per voltijdse betrekking die specifiek bestemd is voor die depot, depot met verkoopmandaat, verkoopoppervlakte en opslagplaats.

 

V.                              WIJZE VAN BETALING

Artikel 7 :

a) Aangifte

De belastingplichtigen dienen binnen de tien dagen een aangifte in te dienen bij het gemeentebestuur op een hun ter beschikking gesteld formulier.

Deze verklaring blijft geldig tot uitdrukkelijke opzegging van de belastingplichtige. Het bewijs van opzegging is ten laste van de belastingplichtige.

Deze laatste is ertoe gehouden om, op aanvraag, alle nodige documenten en inlichtingen, die toelaten om zijn verklaring na te gaan, mede te delen aan het gemeentebestuur.

 

b) Inkohiering

De belastingplichtige zal een aanslagbiljet ontvangen, overeenkomstig artikel 4 van de wet van                   24 december 1996.

 

c) Betaling

De belasting is betaalbaar binnen de twee maanden van ontvangst van het aanslagbiljet

 

De invordering van de belasting wordt verder gezet volgens de door de wet inzake de invordering van de Rijksbelastingen op de inkomsten vastgestelde bepalingen.

 

Bij niet-betaling binnen de twee maanden,  zijn de bepalingen betreffende de verwijlinteresten inzake de Rijksbelastingen op de inkomsten van toepassing.

 

Artikel 8 :

Bij gebrek van dergelijke aangifte, of ingeval van fraude of wanneer de aangifte onjuist of onvolledig is ingevuld, zal de belasting van ambtswege ingekohierd worden. Alvorens tot ambtshalve belasting over te gaan, zullen de motieven voor deze procedure, de elementen van de belasting en het bedrag medegedeeld worden aan de belastingplichtige per aangetekend schrijven bij de post.

 

In geval van ambtshalve inkohiering, zal de belasting verhoogd worden met de helft van het verschuldigd bedrag. Het bedrag van deze verhoging wordt eveneens ingekohierd.

VI.                              GESCHILLEN

Artikel 9 :

De belastingplichtige kan een bezwaarschrift indienen bij het College van Burgemeester en Schepenen, dat als administratieve overheid optreedt.

 

Dat bezwaar moet op straffe van verval worden ingediend binnen een termijn van zes maanden vanaf de datum van de verzending van het aanslagbiljet met vermelding van de duur van het bezwaar.

 

Bovendien moet het op straffe van nietigheid schriftelijk worden ingediend. Het moet met reden omkleed zijn. Het is gedateerd en ondertekend door de eiser of zijn vertegenwoordiger en vermeldt de volgende gegevens :

1.       de naam, de hoedanigheid, het adres of de zetel van de belastingplichtige ten laste van wie de belasting wordt gevestigd.

2.       het voorwerp van het bezwaarschrift en een opgave van de feiten en middelen.

 

De indiening van een bezwaarschrift is geen vrijstelling van de betaling van de belasting.

 

 

Artikel 2 :

Deze beraadslaging zal in tweevoud overgemaakt worden aan de toezichthoudende overheid met het oog op de uitoefening van het algemene toezicht.

 


dienst Financiën

Hoedemaekerssquare 10
1140 Evere

Tel : 02.247.62.74
financien@evere.irisnet.be

dienst Stedenbouw

Hoedemaekerssquare 10
1140 Evere

Tel : 02/247.62.34
stedenbouw@evere.irisnet.be