Belasting op de agentschappen van weddenschappen op paardenwedrennen in het buitenland en hun bijhuizen

Dienstjaren 2008 - 2012

DE RAAD, vergaderd in openbare zitting;
  • Gelet op zijn beraadslaging dd. 19 december 2002, houdende vaststelling voor de dienstjaren 2003 tot 2007 van een belasting op de agentschappen van weddenschappen op paardenwedrennen in het buitenland en hun bijhuizen, uitvoerbaar geworden bij brief dd. 4 maart 2003 van het Ministerie van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest;
  • Gelet op de gemeentelijke financiën;
  • Gelet op artikel 117 van de nieuwe gemeentewet;
  • Gezien de geldende wettelijke en reglementaire bepalingen inzake de vestiging en invordering van de gemeentebelastingen;
  • Gelet op artikel 6 § 2 van de ordonnantie van 14 mei 1998 houdende regeling van het administratieve toezicht op de gemeenten van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest en op artikel 1 van het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 16 juli 1998 betreffende de overlegging aan de regering van de akten van de gemeenteoverheden met het oog op de uitoefening van het administratieve toezicht;
  • Op voorstel van het College van Burgemeester en Schepenen;
BESLUIT: met éénparigheid van stemmen

Artikel 1

Volgend belastingreglement goed te keuren: belasting op de agentschappen van weddenschappen op paardenwedrennen in het buitenland en hun bijhuizen.

I. GRONDSLAG EN AANSLAGVOET

Artikel 1

Er wordt voor de dienstjaren 2008 tot 2012 een maandelijkse belasting van 62,00 € gevestigd op de agentschappen van weddenschappen op paardenwedrennen in het buitenland en hun bijhuizen, die gevestigd zijn op het grondgebied van de gemeente. Deze belasting is verschuldigd per maand bedrijvigheid of per gedeelte ervan.

II. BELASTINGPLICHTIGE

Artikel 2

De belasting is verschuldigd door iedereen die inzetten, inleggen of weddenschappen ontvangt op de wedrennen die in het buitenland plaats hebben, hetzij voor eigen rekening, hetzij als tussenpersoon. Nochtans zijn de uitbater, de beheerder of elke andere aangesteld hoofdelijk gehouden tot betaling van de belasting.

Artikel 3

Ingeval van overname van een inrichting, wordt de winst van de betaalde belasting aan de nieuwe uitbater toegekend. Deze is overigens op dezelfde wijze als zijn voorganger aan de betaling van de taks gehouden.

III. WIJZE VAN BETALING

Artikel 4

a) Aangifte

De belastingplichtigen dienen binnen de tien dagen een aangifte in te dienen bij het gemeentebestuur op een hun ter beschikking gesteld formulier.
Deze verklaring blijft geldig tot uitdrukkelijke opzegging van de belastingplichtige. Het bewijs van opzegging is ten laste van de belastingplichtige.
Deze laatste is ertoe gehouden om, op aanvraag, alle nodige documenten en inlichtingen, die toelaten om zijn verklaring na te gaan, mede te delen aan het gemeentebestuur.

b) Inkohiering

De belastingplichtige zal een aanslagbiljet ontvangen, overeenkomstig artikel 4 van de wet van 24 december 1996.

c) Betaling

De belasting is betaalbaar binnen de twee maanden van ontvangst van het aanslagbiljet

De invordering van de belasting wordt verder gezet volgens de door de wet inzake de invordering van de Rijksbelastingen op de inkomsten vastgestelde bepalingen.

Bij niet-betaling binnen de twee maanden, zijn de bepalingen betreffende de verwijlinteresten inzake de Rijksbelastingen op de inkomsten van toepassing.

Artikel 5

Bij gebrek van dergelijke aangifte, of ingeval van fraude of wanneer de aangifte onjuist of onvolledig is ingevuld, zal de belasting van ambtswege ingekohierd worden. Alvorens tot ambtshalve belasting over te gaan, zullen de motieven voor deze procedure, de elementen van de belasting en het bedrag medegedeeld worden aan de belastingplichtige per aangetekend schrijven bij de post.

In geval van ambtshalve inkohiering, zal de belasting verhoogd worden met de helft van het verschuldigd bedrag. Het bedrag van deze verhoging wordt eveneens ingekohierd.

IV. GESCHILLEN

Artikel 6

De belastingplichtige kan een bezwaarschrift indienen bij het College van Burgemeester en Schepenen, dat als administratieve overheid optreedt.

Dat bezwaar moet op straffe van verval worden ingediend binnen een termijn van zes maanden vanaf de datum van de verzending van het aanslagbiljet met vermelding van de duur van het bezwaar.

Bovendien moet het op straffe van nietigheid schriftelijk worden ingediend. Het moet met reden omkleed zijn. Het is gedateerd en ondertekend door de eiser of zijn vertegenwoordiger en vermeldt de volgende gegevens :

  1. de naam, de hoedanigheid, het adres of de zetel van de belastingplichtige ten laste van wie de belasting wordt gevestigd.
  2. het voorwerp van het bezwaarschrift en een opgave van de feiten en middelen.

De indiening van een bezwaarschrift is geen vrijstelling van de betaling van de belasting.

Artikel 2

Deze beraadslaging zal in tweevoud overgemaakt worden aan de toezichthoudende overheid met het oog op de uitoefening van het algemene toezicht.

dienst Financiën

Hoedemaekerssquare 10
1140 Evere

Tel : 02.247.62.74
financien@evere.irisnet.be

dienst Stedenbouw

Hoedemaekerssquare 10
1140 Evere

Tel : 02/247.62.34
stedenbouw@evere.irisnet.be