Verhaalbelasting op de voetpaden

Verhaalbelasting op de voetpaden.

Dienstjaren 2012 - 2016

----------------------------------------------------------------------------------

DE RAAD, vergaderd in openbare zitting;

 

  • Gelet op zijn beraadslaging dd. 13 december 2007, houdende vaststelling voor de dienstjaren 2008 tot 2012 van een verhaalbelasting op de voetpaden, uitvoerbaar geworden bij brief dd. 30 januari 2008 van het Ministerie van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest;
  • Gelet op de gemeentelijke financiën;
  • Gelet op artikel 117 van de nieuwe gemeentewet;
  • Gezien de geldende wettelijke en reglementaire bepalingen inzake de vestiging en invordering van de gemeentebelastingen;
  • Gelet op artikel 6 § 2 van de ordonnantie van 14 mei 1998 houdende regeling van het administratief toezicht op de gemeenten van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest en op artikel 1 van het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 16 juli 1998 betreffende de overlegging aan de regering van de akten van de gemeenteoverheden met het oog op de uitoefening van het administratief toezicht;
  • Op voorstel van het College van Burgemeester en Schepenen;

 

BESLUIT : met 20 stemmen voor en 5 onthoudingen.

 

Artikel 1 :

Volgend belastingreglement goed te keuren: Verhaalbelasting op de voetpaden

 

 

I.      DUUR EN GRONDSLAG VAN DE BELASTING

 


Artikel 1 :

Er wordt voor de dienstjaren 2012 tot 2016 een belasting op de voetpaden gevestigd, die toelaat de door de gemeente gedane kosten terug te vorderen, voor de aanleg, vernieuwing of verbreding van trottoirs van de al dan niet aanpalende eigendommen gelegen langsheen openbare wegen of gedeelten van openbare wegen. Als voetpad wordt eveneens beschouwd de constructie van toegangshellingen voor personen met beperkte mobiliteit.

 

De kosten voor vernieuwingswerken kunnen slechts teruggevorderd worden indien de werken meer dan 20 jaar na de aanleg of de vorige vernieuwing van het voetpad uitgevoerd worden.

 

Nochtans, indien er werken uitgevoerd worden binnen deze periode, hetzij op aanvraag van de eigenaar, hetzij vanwege beschadiging door derden, dan worden deze kosten aangerekend.

 

De belasting op de voetpaden is niet verschuldigd indien de hernieuwing der voetpaden beslist werd door het gemeentebestuur en deel uitmaakt van een rooilijn of van een gezamenlijke hernieuwing, of deze vernieuwing deel uitmaakt of niet van een vijfjarenplan.

 

Het bedrag van de belasting wordt vastgesteld op 100 % van de som van de terugvorderbare uitgaven, benevens de interesten. Behalve wat betreft de aanleg van toegangshellingen voor personen met beperkte mobiliteit waar de gemeente 60% van de kosten op zich neemt.

 

Artikel 2 :

De terugvorderbare uitgaven zijn :

-          de kosten voor het opmaken van het ontwerp

-          de kosten der grondwerken

-          de kosten van het wegnemen der bestaande bedekking

-          de kosten der funderingen en van de nieuwe bedekking, evenals het plaatsen ervan

-          de kosten die voortspruiten uit technische moeilijkheden die men ontmoet bij de uitvoering van het werk.

 

De maximumbreedte van het trottoir dat in aanmerking wordt genomen voor de vaststelling van het bedrag van de belasting kan slechts berekend worden op een trottoirbreedte van 2, 2,5, 3, 4, of 5 m, naargelang de breedte van de weg minder dan 10 m ofwel tenminste 10, 15, 20 of 25 m bedraagt.

Voor de aanleg van toegangshellingen voor personen met beperkte mobiliteit wordt de totale kostprijs in aanmerking genomen. Deze kosten worden uisluitend aangerekend aan de eigenaar van het aanpalend eigendom of de aanvrager, in overeenstemming met de bepalingen onder artikel 8.

 

 

II.      BELASTINGSTARIEF

 

Artikel 3 :

De terugvorderbare uitgave die ieder eigendom treft is gelijk aan een eenheidsprijs per strekkende meter, vermenigvuldigd met de lengte van het eigendom aan de straatzijde, zonder afbreuk te doen aan de bepalingen van artikel 4.

 

De eenheidsprijs per strekkende meter wordt bekomen door het geheel der verhaalbare uitgaven te delen door de totale lengte der eigendommen aan de straatzijde.

 

Artikel 4 :

Wanneer er twee of meer eigendommen of gedeelten van eigendommen gelegen zijn binnen één der zones welke zich langs beide zijden van de weg uitstrekken, over een diepte van 8 meter, dan wordt de belasting verdeeld onder de betrokken eigenaars in verhouding tot de oppervlakte welke zij binnen de betrokken strook bezitten.

 

Wanneer er een strook non aedificandi bestaat, wordt er voor de berekening van de diepte van 8 meter, zoals bedoeld in alinea 1, met de diepte van deze strook geen rekening gehouden.

 

Artikel 5 :

In de mate waarin de stroken, bepaald in het voorgaande artikel, elkaar dekken, kan een eigendom of gedeelte van een eigendom niet tweemaal belast worden wegens werken uitgevoerd in twee verschillende wegen.

 

Wanneer werken gelijktijdig aan twee verschillende wegen uitgevoerd worden, geldt de vrijstelling voor de belasting welke verschuldigd is voor de werken aan de weg waar de belasting het laagst is.

 

Dit artikel is niet van toepassing op de hoekterreinen.

 

Artikel 6 :

Het eigendom of gedeelte van een eigendom, gelegen op de hoek van twee openbare wegen of van twee gedeelten van de openbare weg en dat langs elk van deze wegen of gedeelten van de weg aan de straatzijde gelegen is, geniet niet van een gedeeltelijke of volledige vrijstelling.

 

Artikel 7 :

De belasting is verschuldigd op de 1ste januari volgend op de voltooiing der werken, vastgesteld door een besluit van het College van Burgemeester en Schepenen.

 

 

III.      BELASTINGPLICHTIGE

 

Artikel 8 :

De belasting belast het eigendom en is verschuldigd door de eigenaar van het eigendom op 1 januari van het belastingjaar. Bij het bestaan van opstalrechten, rechten van erfpacht of van vruchtgebruik, is de belasting solidair verschuldigd door de eigenaar en de houder van opstalrechten, de erfpachter of de vruchtgebruiker.

 

In geval van vervreemding van het eigendom, zullen de derden aankopers en bezitters aanzien worden als zijnde rechtstreeks verplicht en persoonlijk verbonden voor de kwijting der belasting op dezelfde wijze als voor de oorspronkelijke belastingplichtigen.

 

In geval van verkoop "alle belastingen inbegrepen" van het gebouw of gedeelte van gebouw door de promotor-bouwmeester, is de belasting verschuldigd door de verkoper, ten laatste bij het verlijden der akten, in verhouding met de verkochte gedeelten.

 

Indien de vaststelling der belasting volgt op de verkoopakten, moet de betaling van het geheel der belasting in kapitaal geschieden door de promotor-bouwmeester binnen de twee maanden van de betekening aan de belanghebbende.

 

De belasting is niet verschuldigd voor de voetpaden, aangelegd door de promotor-bouwmeester zelf.

 

Wanneer het eigendom bestaat uit een gebouw met meerdere appartementen, waarop verschillende eigenaars een uitsluitend recht hebben, wordt de belasting, die betrekking heeft op het gebouw, onder hen verdeeld in verhouding van hun respectief aandeel in de gemeenschappelijke gedeelten.

 

Ingeval van overgang van onroerende zakelijke rechten, wordt de nieuwe eigenaar belastingplichtig vanaf 1 januari volgend op de datum van de akte die hem het recht toekent.

 

Artikel 9 :

Worden op het kohier gebracht : de schuldenaren, aangeduid zoals bepaald in artikel 8 ingevolge hun hoedanigheid van belastingplichtige op 1 januari volgend op de voltooiing der werken en op 1 januari van ieder volgend belastingjaar.

 

Artikel 10 :

De belasting wordt uitgesteld wanneer de huidige belastingplichtige vrijgesteld is ingevolge wetten en besluiten. De belasting zal verschuldigd zijn vanaf de 1ste januari van het jaar volgend op het jaar waarin de wijziging, die een einde maakt aan de niet eisbaarheid, zich voordoet. De verjaring kan niet ingeroepen worden.

 

Artikel 11 :

De bepalingen van de vroeger van kracht zijnde reglementen op de verhaalbelastingen blijven van kracht op de toestanden die tijdens hun heffingstermijn ontstonden.

 

Artikel 12 :

Het huidig reglement is van toepassing op de werken voor het aanleggen, vernieuwen en verbreden van trottoirs, waarvan de voltooiing wordt voorzien tussen de jaren 2012 tot 2016.

 

 

IV.      BETALINGSWIJZE

Artikel 13 :

a)       Inkohiering: De belastingplichtige zal een aanslagbiljet ontvangen, overeenkomstig het artikel 4 van de wet van 24 december 1996.

b)      Betaling: De belasting is betaalbaar binnen de twee maanden na ontvangst van het aanslagbiljet

 

De invordering van de belasting wordt verder gezet volgens de door de wet inzake de invordering van de Rijksbelastingen op de inkomsten vastgestelde bepalingen. Bij niet-betaling binnen de twee maanden,  zijn de bepalingen betreffende de verwijlinteresten inzake de Rijksbelastingen op de inkomsten van toepassing.

 

 

V.      GESCHILLEN

 

Artikel 14 :

De belastingplichtige kan een bezwaarschrift indienen bij het College van Burgemeester en Schepenen, dat als administratieve overheid optreedt. Dat bezwaar moet op straffe van verval worden ingediend binnen een termijn van zes maanden vanaf de datum van de verzending van het aanslagbiljet met vermelding van de duur van het bezwaar. Bovendien moet het op straffe van nietigheid schriftelijk worden ingediend. Het moet met reden omkleed zijn. Het is gedateerd en ondertekend door de eiser of zijn vertegenwoordiger en vermeldt de volgende gegevens:

1.       de naam, de hoedanigheid, het adres of de zetel van de belastingplichtige ten laste van wie de belasting wordt gevestigd.

2.       het voorwerp van het bezwaarschrift en een opgave van de feiten en middelen.

De indiening van een bezwaarschrift is geen vrijstelling van de betaling van de belasting.

 

 

VI.      VORIG REGLEMENT

 

Artikel 15:

Vorig reglement dd. 13 december 2007 betreffende de verhaalbelasting op de voetpaden op 1 januari 2012 op te heffen.

 

 

 

Artikel 2 :

Deze beraadslaging zal in tweevoud overgemaakt worden aan de toezichthoudende overheid met het oog op de uitoefening van het algemeen toezicht.

 

dienst Financiën

Hoedemaekerssquare 10
1140 Evere

Tel : 02.247.62.74
financien@evere.irisnet.be

dienst Stedenbouw

Hoedemaekerssquare 10
1140 Evere

Tel : 02/247.62.34
stedenbouw@evere.irisnet.be